Zondagavond bracht ik de meiden naar bed. En dan kletsen we altijd nog even voordat ze gaan slapen.
Allebei vertelden ze dat ze zoveel zin in school hadden.
‘Dan kan ik weer met mijn vriendinnen spelen!’
‘Ik heb de juf zo gemist!’
‘Maar dan zie ik niet de hele klas, dat is wel jammer.’
Ze waren enthousiast en blij, maar vonden het ook best spannend.
Want het is nu anders dan 2 maanden geleden. Je vader of moeder mag niet mee naar binnen. Er is misschien een andere begintijd voor je kinderen. De helft van de klas is er maar. En er zijn allerlei extra regels. En hoe zal de klas eruit zien?

Allemaal vragen

Toen we daar zo lagen te kletsen kwamen er allerlei vragen naar boven:
‘Mag ik mijn vriendinnen knuffelen?’
‘Hoe moet dat nu als je naar de wc moet, want daar gaat iedereen toch op zitten?’
‘Kan ik dan ook afspreken na schooltijd?’

En ga zo maar door.
Als al die vragen in je hoofd zitten, dan is het best lastig om rustig te gaan slapen…

Het ene kind is het andere niet

De meeste kinderen gaan vanaf deze week weer naar school en het ene kind zal hier anders mee omgaan dan het andere kind.
Sommige kinderen zijn uitgelaten en blij, anderen maken zich zorgen, anderen vinden het eigenlijk een beetje te spannend en weer anderen willen helemaal niet.

Wat kan ik doen?

Hoe kan je jouw kind nou het beste begeleiden bij deze bijzondere overgang?
Daarvoor heb ik een aantal tips voor je op een rijtje gezet.
Kijk vooral wat er bij jou en jouw kind past, want geen enkel gezin is hetzelfde. En laat de rest langs je heen gaan.

  1. Kijk heel goed naar je kind. Wat speelt er bij hem*? Probeer hierin je eigen invulling zoveel mogelijk achterwege te laten en puur te kijken wat je bij hem ziet. Vertoont hij opvallend gedrag? Stelt hij specifieke vragen? Lacht hij nog net zo vaak als voorheen?
  2. Geef ruimte voor alle emoties. Je zal misschien merken dat er meer boze buien zijn, dat er opeens verdriet langs komt of juist een enorme uitgelatenheid. Het mag er allemaal zijn. Het is namelijk niet gek dat er boosheid, frustratie en verdriet langs komen in een periode waarin zoveel anders en onzeker is.
    Geef hem de ruimte om dit ook te uiten.
  3. Wees nieuwsgierig. Stel open vragen zonder suggesties. Bijvoorbeeld: “Hoe heb je geslapen?” En niet: “Jij hebt vast lekker geslapen.” Want daarmee geef je eigenlijk al invulling aan het antwoord van je kind. Nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat je je openstelt en dingen wil onderzoeken. Dat is een hele fijne energie om mee te nemen in een gesprek.
  4. Luister echt. Luister naar wat jouw kind te vertellen heeft, luister naar wat voor vragen hij stelt, luister naar wat er in dat koppie omgaat. Luister ook tussen de regels door. Want vaak kunnen ze nog geen woorden geven aan wat er achter een vraag schuil gaat. Achter de vraag: “Mag ik met mijn vriendinnen knuffelen?” zit meer dan alleen het knuffelen. Mijn dochter vraagt hierbij om duidelijkheid. Wat mag nu precies wel en wat niet? En er blijkt heel duidelijk uit dat ze behoefte heeft aan verbinding met haar vriendinnen.
  5. Check of het klopt wat je gehoord hebt. Trek niet zomaar conclusies maar vraag vooral of het klopt. “Zou je graag willen dat het allemaal wat duidelijker is?” Als die vraag bevestigd wordt kun je samen bekijken hoe er meer duidelijkheid gegeven kan worden.
  6. Zorg voor duidelijkheid. Duidelijkheid zorgt voor veiligheid. Dus laat jouw kind vooraf weten wanneer hij precies naar school moet, wat hij mee moet nemen, hoe jullie de ochtenden aan gaan pakken, wat er thuis gedaan moet worden etc. Maak bijvoorbeeld een duidelijke kalender waarop te zien is wat wanneer gaat gebeuren. Iets visueel maken werkt voor veel kinderen goed, ook als ze al wat ouder zijn.
  7. Stel grenzen aan gedrag. Ook grenzen stellen zorgt voor duidelijkheid en dus ook veiligheid. Sommige zaken moeten gebeuren, sommige dingen mogen niet. Zolang daar duidelijkheid over is geeft dit rust.
  8. Neem de tijd. Om aan de nieuwe veranderingen weer te wennen. Sommige kinderen hebben hier meer tijd voor nodig dan anderen. Het is goed om de veranderingen rustig aan door te voeren. Niet meteen vanaf dag 1 opeens weer naar school, BSO én sport. Pak het rustig één voor één op zodat de overgang geleidelijk gaat.
  9. Ontspan. Zorg dat er genoeg momenten zijn om te spelen, te ontspannen, te knuffelen, tijd voor jezelf te nemen of iets anders te doen waar hij op dat moment behoefte aan heeft.
  10. Wees lief voor jezelf! Jij als ouder hoeft het allemaal niet perfect te doen. Soms heb je het geduld even niet, soms zeg je iets wat je niet meent, soms ben je te moe om consequent te zijn en soms ben je zo vrolijk dat je alles even los laat. En dat is allemaal prima. Een perfecte ouder bestaat niet dus wees hierin het grote voorbeeld van je kinderen en wees trots op alles wat je voor elkaar krijgt en wees mild als iets niet lukt.

Met deze tien tips, die je eigenlijk altijd wel toe kan passen en niet alleen in deze periode, wens ik je een hele fijne week waarin alles weer een beetje anders is dan in de afgelopen periode.
Kijk vooral naar wat er goed gaat en geniet van die mooie kleine momentjes die ook deze week zeker weer voorbij komen. Fijne week!

* voor elke ‘hem’ kun je ook ‘haar’ invullen.