Mijn kind vindt nieuwe situaties altijd spannend en durft dan niet alleen te gaan.
Mijn kind is erg verlegen en ziet heel erg op tegen dingen die hij moet doen.
Mijn kind zegt heel vaak dat kan ik niet.

Deze uitspraken hoor ik geregeld van ouders die bij mij in de praktijk komen. Deze ouders hebben zorgen over hun kind met betrekking tot het zelfvertrouwen en zelfbeeld van hun kind.
Bij deze bovenstaande uitspraken kan sprake zijn van een laag zelfbeeld bij het kind. Kinderen met een laag zelfbeeld durven niet goed te vertrouwen op zichzelf en zitten vaak minder lekker in hun vel. Nieuwe situaties zijn dan vaak spannend en ze kunnen last hebben van buikpijn of andere lichamelijke klachten.

De ontwikkeling van het zelfbeeld

Het zelfbeeld is de manier waarop je jezelf ziet, het beeld dat je kind over zichzelf heeft. Dat kan zowel een positief als negatief beeld zijn.
Het zelfbeeld ontwikkeld zich door de jaren heen. Dit gebeurt aan de hand van een aantal fases;

  • Zelfbesef; een baby heeft nog geen gedachtes over zichzelf. Ze ontdekken eerst dat bepaalde lichaamsdelen van henzelf zijn, dit doen ze door te bewegen.

Kinderen van rond de twee jaar ontdekken hun eigen spiegelbeeld, ze herkennen zichzelf. Maar de omgeving om hen heen wordt ook een spiegel, want andere mensen reageren op wat ze doen en zeggen. Ze merken dat ze invloed kunnen uitoefenen door iets te doen of te zeggen. Ze krijgen bevestiging dat ze er zijn en dat hij er toe doet. De taal is hierin heel belangrijk, je kind leert om dingen, gebeurtenissen en gevoelend onder woorden te brengen en kan daar dus beter over nadenken.

  • Zelfvertrouwen; dit komt voort uit dat je kind merkt dat hij dingen voor elkaar kan krijgen; hij gelooft dat hij iets kan.
  • Zelfwaardering; dit heeft te maken met een veilige hechting. Het is het gevoel dat je het beste kunt omschrijven als: ‘Ik ben de moeite waard’ of ‘Ik mag er zijn.’ Je kind moet voldoende ervaren hebben dat hij ertoe doet. En dit gevoel geef je aan je kind door er te zijn voor je kind, knuffels en kusjes te geven, zeggen dat je van hem houdt enzovoorts.
  • Zelfkennis; naarmate je kind ouder wordt gaat hij steeds meer vragen stellen: hoe zie ik eruit? Wat denken andere mensen van mij? Wat zijn mijn sterke en zwakke kanten? Je kind kan als het ware van een afstandje naar zichzelf kijken. Je kind gaat zichzelf vergelijken met andere leeftijdsgenootjes. Hij kan dan bijvoorbeeld denken ‘Was ik maar wat groter’ of ‘Kon ik maar beter voetballen.’

Als je kind een negatief zelfbeeld heeft dan denkt hij negatief over zichzelf. Hij heeft het gevoel dat hij niet goed genoeg is. Je kind ziet vooral wat er niet goed gaat en heeft dan ook elke keer als iets niet lukt een negatieve gedachte als: ‘Zie je wel, het lukt me toch niet.’
En als er wel iets goed gaat dan zegt hij vaak dat het geluk is, of dat het komt doordat dat vriendje meedeed. Het succes wordt toegeschreven aan een ander en niet aan zichzelf.

Hoe herken je een negatief zelfbeeld bij je kind?

Een negatief zelfbeeld is soms moeilijk te herkennen. Je kind is bijvoorbeeld heel angstig, verdrietig, teruggetrokken of juist hel druk en boos. Dit gedrag kan voortkomen uit een laag zelfbeeld maar dat hoeft natuurlijk niet. Daarom is het ook zo moeilijk te herkennen.
Hieronder heb ik wat kenmerken op een rijtje gezet om je te helpen het te herkennen bij je kind.

Kenmerken van een negatief zelfbeeld

  • Je kind praat negatief over zichzelf, bijvoorbeeld ‘Ik ben dom’, ‘Ik kan dat niet’, ‘Ik doe altijd alles verkeerd’
  • Je kind heeft moeite met kritiek, hij wordt dan snel boos of klapt dicht.
  • Je kind heeft moeite met voor zichzelf op te komen
  • Je kind vraagt veel bevestiging
  • Je kind durft geen dingen te ondernemen, is heel verlegen, teruggetrokken, angstig
  • Je kind reageert heeft snel boos of agressief
  • Je kind heeft onverklaarbare lichamelijke klachten
  • Je kind denkt negatief over zichzelf op meerdere gebieden, zoals z’n uiterlijk, sportvaardigheden, leercapaciteiten op school, omgang met vriendjes
  • Je kind vindt het moeilijk om complimenten te ontvangen

Als je kind één van deze kenmerken heeft wil dat niet meteen zeggen dat hij of zij een negatief zelfbeeld heeft. Maar het kan wel belangrijk zijn om te werken aan het zelfvertrouwen van je kind.

Tips bij een negatief zelfbeeld

Als ouder heb je veel invloed op het zelfbeeld van je kind. Het is belangrijk om je kind positief te stimuleren maar ook realistisch naar zichzelf te leren kijken.
Je helpt je kind dus bij het inschatten van zijn eigen sterke en minder sterke kanten.
Hieronder een aantal tips hoe je je kind kan helpen bij het opbouwen van een positief zelfbeeld:

  • Geef liefde en aandacht

Dit is de basis van het zelfvertrouwen van je kind. Je kind voelt dan dat het de moeite waard en geliefd is.

  • Focus op het positieve

Praat over dingen die je kind goed gedaan heeft en geef complimenten. Richt je daarbij vooral op de inspanning die je kind ergens voor doet en niet alleen op het resultaat. Leer je kind positief denken. Bijvoorbeeld: ‘Je hebt goed geleerd voor die toets.’
Als je een compliment geeft begin het compliment dan met ‘Ik vind…’ Op die manier kan je kind het nooit weerleggen en zeggen dat het niet zo is want het is iets wat jij vindt. Bijvoorbeeld ‘Ik vind dat je je haar zo leuk gedaan hebt vandaag.’

  • Stimuleer je kind

Stimuleer je kind om angsten te overwinnen en spannende dingen toch te doen. Help je kind hierbij, maar neem het niet over. Stimuleer je kind ook om contacten aan te gaan met andere kinderen.

  • Vergroot het zelfvertrouwen met de leuke oefeningen uit mijn e-book

Download mijn e-book met tips en oefeningen voor meer zelfvertrouwen bij je kind. Met deze oefeningen ben je op een leuke en speelse manier bezig om het zelfvertrouwen te vergroten van je kind.

  • Geef zelfstandigheid

Laat je kind zoveel mogelijk zelfstandig doen. Zelfstandigheid geeft een competent gevoel aan kinderen. Laat zien dat je je kind vertrouwt en dat hij of zij moeilijke dingen zelf kan oplossen of doen.

  • Luister naar je kind

Luister naar je kind en toon begrip voor z’n emoties. Ook als hij of zij zich rot voelt over zichzelf. Luister hiernaar, neem het serieus. Geef je kind mee dat het zich rot mag voelen en dat het fouten mag maken. Bedenk samen met je kind hoe het iets de volgende keer anders kan aanpakken.