Ieder kind mag
stralen!
Blog2020-05-30T10:36:49+00:00

‘Dat kan ik toch niet!’

Dat kan ik toch niet was een gedachte die regelmatig bij mij opkwam en nog wel eens de kop op kan steken. Ik had er altijd heel veel last van en het weerhield mij ervan op allerlei vlakken te genieten van het leven en te laten zien wie ik ben.

Als kind had ik dit ook al

Toen ik nog een kind was had ik deze gedachtes ook al. Vaak zei ik tegen mijzelf dat kan ik niet…. Dat durf ik niet….. Ik ging veel dingen uit de weg en deed het dan maar gewoon niet.
Ik had bijvoorbeeld in groep 8 graag een grote rol in de musical gehad, maar heb dit niet gezegd tegen de meester want wat als het niet lukte… En dus had ik een hele kleine rol met maar 1 zin.
Bij de hockey had ik graag wat meer willen scoren maar ik durfde niet te laten zien wat ik allemaal kon……want wat als ik mis schoot en we de wedstrijd verloren. En dus stond ik vaak opgesteld in de verdediging.

Onzekerheid door negatieve gedachtes

Die negatieve gedachtes kunnen kinderen ook hebben. Ze doen dit niet bewust. Maar het belemmerd hun wel om te doen wat ze graag willen doen. Ze worden er onzeker van en doordat je in bepaalde situaties zo onzeker bent komen er alleen maar meer van die negatieve gedachtes.
“Zie je wel ik kan het echt niet!” “Wat een schijterd ben ik toch!”

Ik heb geleerd om te denken ik ga het gewoon doen!

Eind vorig jaar was ik er klaar mee. Ik wilde mijzelf niet steeds laten weerhouden door die gedachtes in mijn hoofd. Ik wilde ook eens laten zien dat ik wel degelijk wat kan! Laten zien wat ik allemaal in huis heb! Dus zocht ik op internet en vond ik een coach. Zij heeft mij geholpen om al de belemmerende, niet helpende gedachtes in kaart te brengen en daar zijn we vervolgens mee aan de slag gegaan. De niet helpende gedachtes hebben plaats gemaakt voor helpende gedachtes.
En wat heerlijk is dat! En hoe fijn is het nu om te bouwen aan mijn praktijk en te denken “Ik ga dit gewoon doen en ik kan het!”

Kinderen leren snel

Ook kinderen kan je leren om de negatieve gedachtes die ze hebben om te zetten in positieve gedachtes. Die positieve gedachtes noemen we helpende gedachtes. Dit doe ik in mijn praktijk ook vaak. Ik kijk samen met het kind naar de situaties waar het kind moeite mee heeft en welke gedachtes daar dan bij horen, we bekijken of ze negatief of positief/ helpend zijn. Als de gedachtes negatief zijn gaan we ze vervolgens omzetten in helpende gedachtes. En oefenen we in verschillende situaties om dit toe te passen.
Prachtig om te zien dat kinderen dit vaak heel snel oppakken en het zich eigen maken. En een stukje onzekerheid wordt een stukje zelfverzekerdheid!

20 oktober 2020|

Heeft mijn kind een negatief zelfbeeld?

Mijn kind vindt nieuwe situaties altijd spannend en durft dan niet alleen te gaan.
Mijn kind is erg verlegen en ziet heel erg op tegen dingen die hij moet doen.
Mijn kind zegt heel vaak dat kan ik niet.

Deze uitspraken hoor ik geregeld van ouders die bij mij in de praktijk komen. Deze ouders hebben zorgen over hun kind met betrekking tot het zelfvertrouwen en zelfbeeld van hun kind.
Bij deze bovenstaande uitspraken kan sprake zijn van een laag zelfbeeld bij het kind. Kinderen met een laag zelfbeeld durven niet goed te vertrouwen op zichzelf en zitten vaak minder lekker in hun vel. Nieuwe situaties zijn dan vaak spannend en ze kunnen last hebben van buikpijn of andere lichamelijke klachten.

De ontwikkeling van het zelfbeeld

Het zelfbeeld is de manier waarop je jezelf ziet, het beeld dat je kind over zichzelf heeft. Dat kan zowel een positief als negatief beeld zijn.
Het zelfbeeld ontwikkeld zich door de jaren heen. Dit gebeurt aan de hand van een aantal fases;

  • Zelfbesef; een baby heeft nog geen gedachtes over zichzelf. Ze ontdekken eerst dat bepaalde lichaamsdelen van henzelf zijn, dit doen ze door te bewegen.

Kinderen van rond de twee jaar ontdekken hun eigen spiegelbeeld, ze herkennen zichzelf. Maar de omgeving om hen heen wordt ook een spiegel, want andere mensen reageren op wat ze doen en zeggen. Ze merken dat ze invloed kunnen uitoefenen door iets te doen of te zeggen. Ze krijgen bevestiging dat ze er zijn en dat hij er toe doet. De taal is hierin heel belangrijk, je kind leert om dingen, gebeurtenissen en gevoelend onder woorden te brengen en kan daar dus beter over nadenken.

  • Zelfvertrouwen; dit komt voort uit dat je kind merkt dat hij dingen voor elkaar kan krijgen; hij gelooft dat hij iets kan.
  • Zelfwaardering; dit heeft te maken met een veilige hechting. Het is het gevoel dat je het beste kunt omschrijven als: ‘Ik ben de moeite waard’ of ‘Ik mag er zijn.’ Je kind moet voldoende ervaren hebben dat hij ertoe doet. En dit gevoel geef je aan je kind door er te zijn voor je kind, knuffels en kusjes te geven, zeggen dat je van hem houdt enzovoorts.
  • Zelfkennis; naarmate je kind ouder wordt gaat hij steeds meer vragen stellen: hoe zie ik eruit? Wat denken andere mensen van mij? Wat zijn mijn sterke en zwakke kanten? Je kind kan als het ware van een afstandje naar zichzelf kijken. Je kind gaat zichzelf vergelijken met andere leeftijdsgenootjes. Hij kan dan bijvoorbeeld denken ‘Was ik maar wat groter’ of ‘Kon ik maar beter voetballen.’

Als je kind een negatief zelfbeeld heeft dan denkt hij negatief over zichzelf. Hij heeft het gevoel dat hij niet goed genoeg is. Je kind ziet vooral wat er niet goed gaat en heeft dan ook elke keer als iets niet lukt een negatieve gedachte als: ‘Zie je wel, het lukt me toch niet.’
En als er wel iets goed gaat dan zegt hij vaak dat het geluk is, of dat het komt doordat dat vriendje meedeed. Het succes wordt toegeschreven aan een ander en niet aan zichzelf.

Hoe herken je een negatief zelfbeeld bij je kind?

Een negatief zelfbeeld is soms moeilijk te herkennen. Je kind is bijvoorbeeld heel angstig, verdrietig, teruggetrokken of juist hel druk en boos. Dit gedrag kan voortkomen uit een laag zelfbeeld maar dat hoeft natuurlijk niet. Daarom is het ook zo moeilijk te herkennen.
Hieronder heb ik wat kenmerken op een rijtje gezet om je te helpen het te herkennen bij je kind.

Kenmerken van een negatief zelfbeeld

  • Je kind praat negatief over zichzelf, bijvoorbeeld ‘Ik ben dom’, ‘Ik kan dat niet’, ‘Ik doe altijd alles verkeerd’
  • Je kind heeft moeite met kritiek, hij wordt dan snel boos of klapt dicht.
  • Je kind heeft moeite met voor zichzelf op te komen
  • Je kind vraagt veel bevestiging
  • Je kind durft geen dingen te ondernemen, is heel verlegen, teruggetrokken, angstig
  • Je kind reageert heeft snel boos of agressief
  • Je kind heeft onverklaarbare lichamelijke klachten
  • Je kind denkt negatief over zichzelf op meerdere gebieden, zoals z’n uiterlijk, sportvaardigheden, leercapaciteiten op school, omgang met vriendjes
  • Je kind vindt het moeilijk om complimenten te ontvangen

Als je kind één van deze kenmerken heeft wil dat niet meteen zeggen dat hij of zij een negatief zelfbeeld heeft. Maar het kan wel belangrijk zijn om te werken aan het zelfvertrouwen van je kind.

Tips bij een negatief zelfbeeld

Als ouder heb je veel invloed op het zelfbeeld van je kind. Het is belangrijk om je kind positief te stimuleren maar ook realistisch naar zichzelf te leren kijken.
Je helpt je kind dus bij het inschatten van zijn eigen sterke en minder sterke kanten.
Hieronder een aantal tips hoe je je kind kan helpen bij het opbouwen van een positief zelfbeeld:

  • Geef liefde en aandacht

Dit is de basis van het zelfvertrouwen van je kind. Je kind voelt dan dat het de moeite waard en geliefd is.

  • Focus op het positieve

Praat over dingen die je kind goed gedaan heeft en geef complimenten. Richt je daarbij vooral op de inspanning die je kind ergens voor doet en niet alleen op het resultaat. Leer je kind positief denken. Bijvoorbeeld: ‘Je hebt goed geleerd voor die toets.’
Als je een compliment geeft begin het compliment dan met ‘Ik vind…’ Op die manier kan je kind het nooit weerleggen en zeggen dat het niet zo is want het is iets wat jij vindt. Bijvoorbeeld ‘Ik vind dat je je haar zo leuk gedaan hebt vandaag.’

  • Stimuleer je kind

Stimuleer je kind om angsten te overwinnen en spannende dingen toch te doen. Help je kind hierbij, maar neem het niet over. Stimuleer je kind ook om contacten aan te gaan met andere kinderen.

  • Vergroot het zelfvertrouwen met de leuke oefeningen uit mijn e-book

Download mijn e-book met tips en oefeningen voor meer zelfvertrouwen bij je kind. Met deze oefeningen ben je op een leuke en speelse manier bezig om het zelfvertrouwen te vergroten van je kind.

  • Geef zelfstandigheid

Laat je kind zoveel mogelijk zelfstandig doen. Zelfstandigheid geeft een competent gevoel aan kinderen. Laat zien dat je je kind vertrouwt en dat hij of zij moeilijke dingen zelf kan oplossen of doen.

  • Luister naar je kind

Luister naar je kind en toon begrip voor z’n emoties. Ook als hij of zij zich rot voelt over zichzelf. Luister hiernaar, neem het serieus. Geef je kind mee dat het zich rot mag voelen en dat het fouten mag maken. Bedenk samen met je kind hoe het iets de volgende keer anders kan aanpakken.

30 september 2020|

De juiste vragen stellen; de sleutel naar de belevingswereld van je kind

‘Hoe was het vandaag op school? Leuk.
Wat heb je allemaal gedaan? Dat weet ik niet meer.
Heb je nog gerekend? Ja.’

Is dit gesprek met je kind herkenbaar voor je? Zou je het graag anders willen? Lees dan eens verder, ik vertel je over hoe je dat aan kunt pakken.

Hoe zou jij het zelf vinden?

Eerst neem ik je mee in een situatie van jezelf. Je hebt een drukke dag op je werk gehad. Je bent van overleg naar overleg gegaan en je hebt een hele stapel werk van je bureau weggewerkt. Op weg naar huis sta je in de file en ben je net op tijd bij de opvang om je kinderen op te halen.
Thuis wordt je bestookt met vragen over hoe je dag was en wat je allemaal gedaan hebt. Wat heeft je baas tegen je gezegd en hoe ging die vergadering die je gisteren hebt voorbereid. Staat jou hoofd hiernaar op dit moment dat je thuis komt? Nee!! Jij hebt ook even rust nodig om op adem te komen na een drukke dag.

Zo voelt je kind het ook

Zo ook je kind. Na een drukke dag vol prikkels op school heeft je kind ook even tijd nodig om te schakelen en tot rust te komen. Ze willen niet meteen bestookt worden met allerlei vragen. En dan als je dat toch doet krijg je allemaal korte antwoorden, omdat ze er geen zin in hebben.
En soms weten ze het antwoord ook gewoon echt niet meer omdat ze alweer met hun hoofd zitten bij wat ze thuis gaan doen.

Gewoon nieuwsgierig zijn

Als je meer wilt weten over de belevingswereld van je kind dan moet je geen standaard vragen stellen, maar je moet juist nieuwsgierig zijn. Dus stel eens een andere soort vraag dan ze gewend zijn; nieuwsgierigheidsvragen. Dat is de sleutel naar de belevingswereld van je kind.

Een paar voorbeelden hier van zijn:

  • Wat maakt je blij?
  • Wat hebben jou vrienden en jij voor het laatst gedaan?
  • Als je nu iets kon doen, wat zou je dan willen doen?
  • Waar kijk je naar uit als je wakker wordt?
  • Waar dagdroom je over?
  • Denk je er ooit over na wat je later wilt worden?
  • Welk persoon laat je het meest lachen?
  • Wat zou je verkopen als je een eigen winkel had?
  • Wat zou je superheldennaam zijn en welke krachten heb je?
  • Je bent op het strand. Wat is het eerste dat je doet?
  • Als je iets in de tuin zou kunnen laten groeien, wat zou dat dan zijn?
  • Wanneer voel je je dapper?
  • En dat kan je koppelen aan de schooldag van je kind

    En al deze vragen kan je koppelen aan de schooldag van je kind. Want de eerste vraag kan je ook van maken “Wat is er op school gebeurt waar je blij van werd” of “Wat wil je later worden en wat heb je dan vandaag op school gedaan of geleerd wat je daarbij kan gebruiken.” Of “Wie heeft je vandaag het meeste laten lachen op school.”

    Open en oprecht zijn

    Je houding die je aanneemt als je de vraag stelt en luistert naar het antwoord is heel belangrijk. Een open houding en niet oordelen is iets wat je in de gaten moet houden. Laat niet je mening doorklinken, wees gewoon oprecht nieuwsgierig en luister. Je hoeft niet in te vullen of antwoorden te geven, laat het uit je kind komen. Ook dat is de sleutel naar de belevingswereld van je kind.
    En geloof mij, dat zal in het begin heel moeilijk zijn, voor jou én voor je kind!

    Het zorgt voor verbinding

    Je zal merken dat als je vaker van dit soort nieuwsgierigheidsvragen gaat stellen dat je kind meer over zichzelf en wat hem bezig houdt gaat vertellen. In het begin zal het nog wennen zijn voor jullie allebei maar het went en je kind gaat meer vertellen.
    Het zorgt voor verbinding tussen jullie.
    En zeg nou zelf, deze vragen zijn toch veel interessanter om het antwoord op te weten dan op de vraag wat heb je op school gedaan? Want we weten allemaal wel dat rekenen, taal en spelling elke dag op het rooster staan, maar wat er in je kind omgaat dat is juist wat je wilt weten!

    En ter inspiratie hier 50 nieuwsgierigheidsvragen die je kan stellen aan je kind:

    (*bron: https://www.famme.nl/vragen-kind-leren-kennen/)

    1. Waar dagdroom je over?
    2. Wat maakt je blij?
    3. Wat hebben jou vrienden en jij voor het laatst gedaan?
    4. Als je nu iets kon doen, wat zou je dan willen doen?
    5. Waar kijk je naar uit als je wakker wordt?
    6. Denk je er ooit over na wat je later wilt worden?
    7. Welk persoon laat je het meest lachen?
    8. Wat zou je verkopen als je een eigen winkel had?
    9. Wat zou je superheldennaam zijn en welke krachten heb je?
    10. Je bent op het strand. Wat is het eerste dat je doet?
    11. Als je iets in de tuin zou kunnen laten groeien, wat zou dat dan zijn?
    12. Wanneer voel je je dapper?
    13. Wanneer voel je je geliefd?
    14. Hoe laat je aan mensen zien dat je ze belangrijk vindt?
    15. Hoe voelt het als ik je knuffel geef?
    16. Als je poppen/knuffels zouden kunnen praten, wat zouden ze dan zeggen?
    17. Als je honderd euro zou kunnen geven aan een goed doel, welk doel zou je kiezen?
    18. Hoe zou je een huis bouwen?
    19. Wat vind je leuk om aan mensen te geven?
    20. Heb je vandaag extra gelachen?
    21. Als je een boek zou schrijven, waar zou het dan over gaan?
    22. Als je alles tekende wat er in je hoofd omgaat, wat zou je dan nu aan het tekenen zijn?
    23. Als je kleding zou ontwerpen, hoe zou de kleding er dan uitzien?
    24. Hoe kun je het beste anderen helpen?
    25. Doe net alsof je een kok bent en vertel me over je restaurant. Wat voor eten serveer je?
    26. Waar denk je dat je vanavond over zult dromen?
    27. Waarvoor ben je dankbaar?
    28. Waar wil je heen reizen? Hoe zou je daar komen?
    29. Welke geluiden vind je leuk?
    30. Als je in het bos een grot zou hebben, wat zou er dan in zitten?
    31. Als je een wild dier een vraag zou kunnen stellen, wat zou je dan vragen?
    32. Je bent een hele dag buiten: wat zou je doen?
    33. Als je drie dieren mee zou kunnen nemen op reis, welke zouden dat dan zijn?
    34. Welke winkel vind jij het leukste om te komen?
    35. Als je in een toneelstuk zou spelen, hoe zou je personage eruit zien?
    36. Hoe denk je dat dieren met elkaar praten?
    37. Wat zijn volgens jou de beste dingen van de natuur?
    38. Je bent een dag fotograaf, waar zou je foto’s van maken?
    39. Wat is een herinnering die je gelukkig maakt?
    40. Wat vind je vervelend?
    41. Wat vind je de leukste dag van de week?
    42. Wat is er zo leuk aan je vrienden?
    43. Wat vind je zo leuk aan je lievelingsdier?
    44. Heb je ideeën voor een goede uitvinding?
    45. Zou je het leuk vinden om een nieuwe taal te leren? Welke?
    46. Wat zijn drie dingen die je deze zomer zou willen doen?
    47. Welk eten zou je elke dag willen eten?
    48. Wanneer vind je iemand slim?
    49. Als je vrienden over de hele wereld had, hoe zou je dan contact met ze houden?
    50. Wat zou je aan de wereld willen veranderen?

     

    30 juni 2020|

    Weer naar school…..tips voor een goede overgang

    Zondagavond bracht ik de meiden naar bed. En dan kletsen we altijd nog even voordat ze gaan slapen.
    Allebei vertelden ze dat ze zoveel zin in school hadden.
    ‘Dan kan ik weer met mijn vriendinnen spelen!’
    ‘Ik heb de juf zo gemist!’
    ‘Maar dan zie ik niet de hele klas, dat is wel jammer.’
    Ze waren enthousiast en blij, maar vonden het ook best spannend.
    Want het is nu anders dan 2 maanden geleden. Je vader of moeder mag niet mee naar binnen. Er is misschien een andere begintijd voor je kinderen. De helft van de klas is er maar. En er zijn allerlei extra regels. En hoe zal de klas eruit zien?

    Allemaal vragen

    Toen we daar zo lagen te kletsen kwamen er allerlei vragen naar boven:
    ‘Mag ik mijn vriendinnen knuffelen?’
    ‘Hoe moet dat nu als je naar de wc moet, want daar gaat iedereen toch op zitten?’
    ‘Kan ik dan ook afspreken na schooltijd?’

    En ga zo maar door.
    Als al die vragen in je hoofd zitten, dan is het best lastig om rustig te gaan slapen…

    Het ene kind is het andere niet

    De meeste kinderen gaan vanaf deze week weer naar school en het ene kind zal hier anders mee omgaan dan het andere kind.
    Sommige kinderen zijn uitgelaten en blij, anderen maken zich zorgen, anderen vinden het eigenlijk een beetje te spannend en weer anderen willen helemaal niet.

    Wat kan ik doen?

    Hoe kan je jouw kind nou het beste begeleiden bij deze bijzondere overgang?
    Daarvoor heb ik een aantal tips voor je op een rijtje gezet.
    Kijk vooral wat er bij jou en jouw kind past, want geen enkel gezin is hetzelfde. En laat de rest langs je heen gaan.

    1. Kijk heel goed naar je kind. Wat speelt er bij hem*? Probeer hierin je eigen invulling zoveel mogelijk achterwege te laten en puur te kijken wat je bij hem ziet. Vertoont hij opvallend gedrag? Stelt hij specifieke vragen? Lacht hij nog net zo vaak als voorheen?
    2. Geef ruimte voor alle emoties. Je zal misschien merken dat er meer boze buien zijn, dat er opeens verdriet langs komt of juist een enorme uitgelatenheid. Het mag er allemaal zijn. Het is namelijk niet gek dat er boosheid, frustratie en verdriet langs komen in een periode waarin zoveel anders en onzeker is.
      Geef hem de ruimte om dit ook te uiten.
    3. Wees nieuwsgierig. Stel open vragen zonder suggesties. Bijvoorbeeld: “Hoe heb je geslapen?” En niet: “Jij hebt vast lekker geslapen.” Want daarmee geef je eigenlijk al invulling aan het antwoord van je kind. Nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat je je openstelt en dingen wil onderzoeken. Dat is een hele fijne energie om mee te nemen in een gesprek.
    4. Luister echt. Luister naar wat jouw kind te vertellen heeft, luister naar wat voor vragen hij stelt, luister naar wat er in dat koppie omgaat. Luister ook tussen de regels door. Want vaak kunnen ze nog geen woorden geven aan wat er achter een vraag schuil gaat. Achter de vraag: “Mag ik met mijn vriendinnen knuffelen?” zit meer dan alleen het knuffelen. Mijn dochter vraagt hierbij om duidelijkheid. Wat mag nu precies wel en wat niet? En er blijkt heel duidelijk uit dat ze behoefte heeft aan verbinding met haar vriendinnen.
    5. Check of het klopt wat je gehoord hebt. Trek niet zomaar conclusies maar vraag vooral of het klopt. “Zou je graag willen dat het allemaal wat duidelijker is?” Als die vraag bevestigd wordt kun je samen bekijken hoe er meer duidelijkheid gegeven kan worden.
    6. Zorg voor duidelijkheid. Duidelijkheid zorgt voor veiligheid. Dus laat jouw kind vooraf weten wanneer hij precies naar school moet, wat hij mee moet nemen, hoe jullie de ochtenden aan gaan pakken, wat er thuis gedaan moet worden etc. Maak bijvoorbeeld een duidelijke kalender waarop te zien is wat wanneer gaat gebeuren. Iets visueel maken werkt voor veel kinderen goed, ook als ze al wat ouder zijn.
    7. Stel grenzen aan gedrag. Ook grenzen stellen zorgt voor duidelijkheid en dus ook veiligheid. Sommige zaken moeten gebeuren, sommige dingen mogen niet. Zolang daar duidelijkheid over is geeft dit rust.
    8. Neem de tijd. Om aan de nieuwe veranderingen weer te wennen. Sommige kinderen hebben hier meer tijd voor nodig dan anderen. Het is goed om de veranderingen rustig aan door te voeren. Niet meteen vanaf dag 1 opeens weer naar school, BSO én sport. Pak het rustig één voor één op zodat de overgang geleidelijk gaat.
    9. Ontspan. Zorg dat er genoeg momenten zijn om te spelen, te ontspannen, te knuffelen, tijd voor jezelf te nemen of iets anders te doen waar hij op dat moment behoefte aan heeft.
    10. Wees lief voor jezelf! Jij als ouder hoeft het allemaal niet perfect te doen. Soms heb je het geduld even niet, soms zeg je iets wat je niet meent, soms ben je te moe om consequent te zijn en soms ben je zo vrolijk dat je alles even los laat. En dat is allemaal prima. Een perfecte ouder bestaat niet dus wees hierin het grote voorbeeld van je kinderen en wees trots op alles wat je voor elkaar krijgt en wees mild als iets niet lukt.

    Met deze tien tips, die je eigenlijk altijd wel toe kan passen en niet alleen in deze periode, wens ik je een hele fijne week waarin alles weer een beetje anders is dan in de afgelopen periode.
    Kijk vooral naar wat er goed gaat en geniet van die mooie kleine momentjes die ook deze week zeker weer voorbij komen. Fijne week!

    * voor elke ‘hem’ kun je ook ‘haar’ invullen.

    12 mei 2020|

    Wat hebben kwaliteiten te maken met je zelfvertrouwen?

    Kwaliteiten zijn eigenschappen die bij iemand horen. Je bent er goed in en iemand anders kan die kwaliteiten die bij jou horen vaak snel benoemen.
    Maar dit van jezelf benoemen is soms nog wel eens lastig. Want vaak zijn de kwaliteiten die je hebt voor jezelf zo vanzelfsprekend dat je het niet meer bijzonder vindt.

    Kwaliteiten zoeken en benoemen

    Als kinderen of jongeren bij mij in de praktijk komen ga ik altijd aan de slag met hun kwaliteiten. We doen dan een spel om deze kwaliteiten te ontdekken. Ik gebruik hiervoor het spel schatgravers. Dit is een leuk spel waarbij je allemaal verschillende werkvormen kunt gebruiken waardoor je het ook heel vaak kan spelen en het nooit saai wordt om te doen.

    Hey, is dit ook een kwaliteit van mij?

    Kinderen ontdekken vaak kwaliteiten bij zichzelf waar ze zich helemaal niet zo van bewust waren. Maar het is natuurlijk wel super leuk om te ontdekken dat je nog veel meer kwaliteiten hebt dan je eigenlijk van te voren had bedacht,

    Boost in je zelfvertrouwen

    Het zien van je kwaliteiten geeft je een boost in je zelfvertrouwen. Want ineens denk je: ‘He dat kan ik heel goed’, of ‘Dat vind ik super leuk om te doen en het lukt me ook nog eens heel goed!’
    Het zien van je eigen kwaliteiten zorgt voor een positief zelfbeeld en meer zelfvertrouwen.
    En kinderen die een positief zelfbeeld hebben zijn beter in staat relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden. Ze hebben meer zelfvertrouwen dan kinderen met een negatief zelfbeeld.

    Vaak zien we wat er niet goed gaat…..

    In het dagelijks leven en ook op school worden vaak de dingen belicht die kinderen en jongeren nog niet goed doen, dit gebeurt vaak onbewust. Op school worden kinderen vaak gewezen op de fouten die ze gemaakt hebben want die moeten ze dan nog even verbeteren.
    En thuis is het vaak zo dat als je kind op de bank springt hij een standje krijgt, terwijl je vaak geen compliment geeft als hij wel netjes zit. Of als je kinderen ruzie hebben stuur je je kind naar zijn kamer of naar de gang en als ze gezellig aan het spelen zijn vergeet je vaak een compliment te geven. Hiermee belicht je onbewust de dingen die ze allemaal niet goed doen.

    Meer aandacht voor het positieve

    Als we meer aandacht zouden besteden aan al die dingen de onze kinderen goed doen en goed kunnen, hun kwaliteiten dus belichten, dan krijgen de kinderen een positiever zelfbeeld en dus meer zelfvertrouwen.
    En dan moet je dit ook nog op de juiste manier doen, maar daar besteed ik weer een andere keer aandacht aan.

    Meer zelfinzicht en zicht op de kwaliteiten van anderen

    Weten wat je eigen kwaliteiten zijn geeft je ook meer zelfinzicht. Je bent je beter bewust van wat je allemaal wél kan waardoor je automatisch dat ook meer gaat laten zien. En doordat je zelf een positievere blik hebt ga je ineens ook de kwaliteiten van anderen zien. Ze weten dan beter bij wie ze moeten zijn als ze iets moeten doen waar zij zelf niet goed in zijn. En kunnen elkaar op die manier  beter helpen en hebben ze meer begrip voor elkaar. Zo komen ze er achter dat je ook niet overal goed in hoeft te zijn!

    Een tip om thuis te doen

    Leuk is het om zelf eens aan de slag te gaan met een zoektocht naar de kwaliteiten die je kind allemaal heeft en ook die je zelf hebt. Ga met je gezin eens aan de slag hiermee.
    Dat kan al heel simpel tijdens het avondeten. Je maakt een rondje en iedereen benoemt een kwaliteit van degene die naast hem zit. Ik vind dat jij goed bent in……. Ik vind dat jij heel goed kan….. Ik vind dat jij heel………bent.
    Daarna draai je het rondje om en noem je een kwaliteit van degene die aan de andere kant naast je zit. En leuk is het als je het allemaal opschrijft op een mooi papier die je elke dag verder kunt aanvullen.
    Je kan voor kinderen alvast van te voren even een paar voorbeelden noemen zodat ze er een beetje inkomen. Voorbeelden kunnen zijn: samenwerken, luisteren, voor jezelf opkomen, vrienden maken, troosten, doorzetten, lief, eerlijk, gezellig, grappig, ijverig, zelfstandig, sportief, nieuwsgierig, netjes.

    Veel plezier ermee!

    4 mei 2020|

    Stralende vragen voor meer verbinding met je kind

    “Kom het is 9 uur we gaan beginnen. Wat gaan we allemaal doen vandaag? Moet ik nou alweer rekenen, taal, spelling doen? Ik mis de klas wel heel erg, gaan we alweer een keertje videobellen? Gaan we nog een spelletje doen samen? Nee hebben we geen tijd voor, mama moet ook nog werken.”

    Een worsteling, zo voelt het soms dat thuis werken met de kinderen. Zij hun huiswerk en ik mijn werk. Het is echt een puzzel om het allemaal voor elkaar te krijgen. En dan hoor en zie je zo leuk al die berichtjes van gebruik je tijd om ook verbinding met het gezin te krijgen. En ja daar is het nu óók de tijd voor, want nu is iedereen thuis.

    Wat gaat er om in het hoofd van je kind?

    Die aandacht voor elkaar is ook echt super belangrijk. Weet jij nu precies wat er in het koppie van je kind omgaat? Nee, je weet misschien soms niet eens wat er allemaal in je eigen hoofd omgaat zo vol zit die soms. Tenminste bij mij wel!
    Die verbinding met je kind zou je wel willen en je probeert het misschien ook wel eens, maar je kan de juiste vragen niet vinden of je krijgt geen antwoord van je kind.
    Dus je denkt harstikke leuk maar hoe en wanneer dan?

    Stralende vragen

    Ik heb een download gemaakt met stralende vragen over het thuis leren die je helpt met de vragen die je kan stellen in deze periode dat we thuis leren en werken. Verrassende vragen die niet standaard zijn en waardoor je kind uitgedaagd wordt in zijn denken over deze periode en wat dat met hem doet.
    Ik hoop dat deze download met stralende vragen gaat gebruiken, want je kunt er zoveel mee! Hij levert je zoveel op. Zowel voor jou als ouder maar ook voor je kind. Want ook je kind ordent op dat moment even zijn gedachten over deze tijd thuis. En hoe lekker is het voor je kind als hij het gevoel krijgt eens even heel erg serieus genomen te worden. Dat is voor kinderen echt heel erg fijn, weet ik uit kindercoachpraktijk ervaring.

    De perfecte setting en timing

    Maar ja een paar vragen daar red je het niet mee. Het gaat ook om de setting waarin je de vraag stelt aan je kind. De sfeer die je creëert op het moment dat je de vraag wilt gaan stellen. Want een fijne sfeer maakt het voor je kind veel makkelijker om de vraag te beantwoorden.
    Gesprekssfeer heeft te maken met lichtheid en timing. Kijk maar eens naar jezelf: als jij van een drukke dag werken thuis komt, je hebt je hoofd vol en je bent moe, je hebt veel gedaan en meegemaakt. Wil jij dan helemaal bestookt worden met vragen? Nee dacht het niet! Het voelt dan zwaar en heeft een verkeerde timing.

    Maar stel je zit naast iemand en je hebt een gezellig keuvelgesprek. Je bent allebei iets aan het fröbelen, je kunt die ander aankijken maar het hoeft niet. Je kan zijn stemming en peilen en je eigen stemming laten merken. Wil je dan een serieuze vraag met empathie en oprechte interesse? Grote kans van wel. Het voelt dan licht en de timing is perfect!

    Ditzelfde geldt ook voor je kind, na een intense dag met veel huiswerk, videobellen met de juf, instructiefilmpjes enzovoorts moet je kind eerst even tot rust komen en wat anders doen om daarna samen met jou in gesprek te gaan.

    Hier dan een paar tips voor het creëren van de juiste sfeer:

    • Zorg dat je iets samen aan het doen bent waarbij je elkaar wel aan kunt kijken maar het niet hoeft. Bijvoorbeeld een knutselactiviteit.
    • Begin met een inleidend keuvelgesprek. Gewoon even lekker kletsen over van alles en nog wat, laat het doel wat je hebt met het gesprek los en ga er open in.
    • Leid de vraag in met oprechte interesse: bijvoorbeeld “Ik zou wel eens willen weten….”, “Hoe is dat voor jou” of “ik heb een vraag voor je”
    • Geef tijd om het antwoord te vinden, je kunt zelfs zeggen dat je er op een ander moment op terug komt als je kind even geen antwoord weet.
    • Schuif je oordeel aan de kant en sta open voor elk antwoord. Verwonder je erover, vraag door als je voelt dat je meer wilt weten. Ook hier is het heel belangrijk dat je de antwoorden van je kind serieus neemt en niet je eigen oordeel mee laat klinken. Alleen dan voelt je kind zich serieus genomen en zal hij meer aan je gaan vertellen

    Dus waar wacht je nog op? Klik hier: Stralende vragen over het thuis leren nu meteen om het blad te downloaden en hang ze op de koelkast zodat je ze altijd bij de hand hebt om een keer te stellen aan je kind(eren).
    Heel veel succes en plezier, het zal je veel verbinding opleveren!

    16 april 2020|
    Go to Top