Ieder kind mag
stralen!
Blog2020-05-30T10:36:49+00:00

De juiste vragen stellen; de sleutel naar de belevingswereld van je kind

‘Hoe was het vandaag op school? Leuk.
Wat heb je allemaal gedaan? Dat weet ik niet meer.
Heb je nog gerekend? Ja.’

Is dit gesprek met je kind herkenbaar voor je? Zou je het graag anders willen? Lees dan eens verder, ik vertel je over hoe je dat aan kunt pakken.

Hoe zou jij het zelf vinden?

Eerst neem ik je mee in een situatie van jezelf. Je hebt een drukke dag op je werk gehad. Je bent van overleg naar overleg gegaan en je hebt een hele stapel werk van je bureau weggewerkt. Op weg naar huis sta je in de file en ben je net op tijd bij de opvang om je kinderen op te halen.
Thuis wordt je bestookt met vragen over hoe je dag was en wat je allemaal gedaan hebt. Wat heeft je baas tegen je gezegd en hoe ging die vergadering die je gisteren hebt voorbereid. Staat jou hoofd hiernaar op dit moment dat je thuis komt? Nee!! Jij hebt ook even rust nodig om op adem te komen na een drukke dag.

Zo voelt je kind het ook

Zo ook je kind. Na een drukke dag vol prikkels op school heeft je kind ook even tijd nodig om te schakelen en tot rust te komen. Ze willen niet meteen bestookt worden met allerlei vragen. En dan als je dat toch doet krijg je allemaal korte antwoorden, omdat ze er geen zin in hebben.
En soms weten ze het antwoord ook gewoon echt niet meer omdat ze alweer met hun hoofd zitten bij wat ze thuis gaan doen.

Gewoon nieuwsgierig zijn

Als je meer wilt weten over de belevingswereld van je kind dan moet je geen standaard vragen stellen, maar je moet juist nieuwsgierig zijn. Dus stel eens een andere soort vraag dan ze gewend zijn; nieuwsgierigheidsvragen. Dat is de sleutel naar de belevingswereld van je kind.

Een paar voorbeelden hier van zijn:

  • Wat maakt je blij?
  • Wat hebben jou vrienden en jij voor het laatst gedaan?
  • Als je nu iets kon doen, wat zou je dan willen doen?
  • Waar kijk je naar uit als je wakker wordt?
  • Waar dagdroom je over?
  • Denk je er ooit over na wat je later wilt worden?
  • Welk persoon laat je het meest lachen?
  • Wat zou je verkopen als je een eigen winkel had?
  • Wat zou je superheldennaam zijn en welke krachten heb je?
  • Je bent op het strand. Wat is het eerste dat je doet?
  • Als je iets in de tuin zou kunnen laten groeien, wat zou dat dan zijn?
  • Wanneer voel je je dapper?
  • En dat kan je koppelen aan de schooldag van je kind

    En al deze vragen kan je koppelen aan de schooldag van je kind. Want de eerste vraag kan je ook van maken “Wat is er op school gebeurt waar je blij van werd” of “Wat wil je later worden en wat heb je dan vandaag op school gedaan of geleerd wat je daarbij kan gebruiken.” Of “Wie heeft je vandaag het meeste laten lachen op school.”

    Open en oprecht zijn

    Je houding die je aanneemt als je de vraag stelt en luistert naar het antwoord is heel belangrijk. Een open houding en niet oordelen is iets wat je in de gaten moet houden. Laat niet je mening doorklinken, wees gewoon oprecht nieuwsgierig en luister. Je hoeft niet in te vullen of antwoorden te geven, laat het uit je kind komen. Ook dat is de sleutel naar de belevingswereld van je kind.
    En geloof mij, dat zal in het begin heel moeilijk zijn, voor jou én voor je kind!

    Het zorgt voor verbinding

    Je zal merken dat als je vaker van dit soort nieuwsgierigheidsvragen gaat stellen dat je kind meer over zichzelf en wat hem bezig houdt gaat vertellen. In het begin zal het nog wennen zijn voor jullie allebei maar het went en je kind gaat meer vertellen.
    Het zorgt voor verbinding tussen jullie.
    En zeg nou zelf, deze vragen zijn toch veel interessanter om het antwoord op te weten dan op de vraag wat heb je op school gedaan? Want we weten allemaal wel dat rekenen, taal en spelling elke dag op het rooster staan, maar wat er in je kind omgaat dat is juist wat je wilt weten!

    En ter inspiratie hier 50 nieuwsgierigheidsvragen die je kan stellen aan je kind:

    (*bron: https://www.famme.nl/vragen-kind-leren-kennen/)

    1. Waar dagdroom je over?
    2. Wat maakt je blij?
    3. Wat hebben jou vrienden en jij voor het laatst gedaan?
    4. Als je nu iets kon doen, wat zou je dan willen doen?
    5. Waar kijk je naar uit als je wakker wordt?
    6. Denk je er ooit over na wat je later wilt worden?
    7. Welk persoon laat je het meest lachen?
    8. Wat zou je verkopen als je een eigen winkel had?
    9. Wat zou je superheldennaam zijn en welke krachten heb je?
    10. Je bent op het strand. Wat is het eerste dat je doet?
    11. Als je iets in de tuin zou kunnen laten groeien, wat zou dat dan zijn?
    12. Wanneer voel je je dapper?
    13. Wanneer voel je je geliefd?
    14. Hoe laat je aan mensen zien dat je ze belangrijk vindt?
    15. Hoe voelt het als ik je knuffel geef?
    16. Als je poppen/knuffels zouden kunnen praten, wat zouden ze dan zeggen?
    17. Als je honderd euro zou kunnen geven aan een goed doel, welk doel zou je kiezen?
    18. Hoe zou je een huis bouwen?
    19. Wat vind je leuk om aan mensen te geven?
    20. Heb je vandaag extra gelachen?
    21. Als je een boek zou schrijven, waar zou het dan over gaan?
    22. Als je alles tekende wat er in je hoofd omgaat, wat zou je dan nu aan het tekenen zijn?
    23. Als je kleding zou ontwerpen, hoe zou de kleding er dan uitzien?
    24. Hoe kun je het beste anderen helpen?
    25. Doe net alsof je een kok bent en vertel me over je restaurant. Wat voor eten serveer je?
    26. Waar denk je dat je vanavond over zult dromen?
    27. Waarvoor ben je dankbaar?
    28. Waar wil je heen reizen? Hoe zou je daar komen?
    29. Welke geluiden vind je leuk?
    30. Als je in het bos een grot zou hebben, wat zou er dan in zitten?
    31. Als je een wild dier een vraag zou kunnen stellen, wat zou je dan vragen?
    32. Je bent een hele dag buiten: wat zou je doen?
    33. Als je drie dieren mee zou kunnen nemen op reis, welke zouden dat dan zijn?
    34. Welke winkel vind jij het leukste om te komen?
    35. Als je in een toneelstuk zou spelen, hoe zou je personage eruit zien?
    36. Hoe denk je dat dieren met elkaar praten?
    37. Wat zijn volgens jou de beste dingen van de natuur?
    38. Je bent een dag fotograaf, waar zou je foto’s van maken?
    39. Wat is een herinnering die je gelukkig maakt?
    40. Wat vind je vervelend?
    41. Wat vind je de leukste dag van de week?
    42. Wat is er zo leuk aan je vrienden?
    43. Wat vind je zo leuk aan je lievelingsdier?
    44. Heb je ideeën voor een goede uitvinding?
    45. Zou je het leuk vinden om een nieuwe taal te leren? Welke?
    46. Wat zijn drie dingen die je deze zomer zou willen doen?
    47. Welk eten zou je elke dag willen eten?
    48. Wanneer vind je iemand slim?
    49. Als je vrienden over de hele wereld had, hoe zou je dan contact met ze houden?
    50. Wat zou je aan de wereld willen veranderen?

     

    30 juni 2020|

    Weer naar school…..tips voor een goede overgang

    Zondagavond bracht ik de meiden naar bed. En dan kletsen we altijd nog even voordat ze gaan slapen.
    Allebei vertelden ze dat ze zoveel zin in school hadden.
    ‘Dan kan ik weer met mijn vriendinnen spelen!’
    ‘Ik heb de juf zo gemist!’
    ‘Maar dan zie ik niet de hele klas, dat is wel jammer.’
    Ze waren enthousiast en blij, maar vonden het ook best spannend.
    Want het is nu anders dan 2 maanden geleden. Je vader of moeder mag niet mee naar binnen. Er is misschien een andere begintijd voor je kinderen. De helft van de klas is er maar. En er zijn allerlei extra regels. En hoe zal de klas eruit zien?

    Allemaal vragen

    Toen we daar zo lagen te kletsen kwamen er allerlei vragen naar boven:
    ‘Mag ik mijn vriendinnen knuffelen?’
    ‘Hoe moet dat nu als je naar de wc moet, want daar gaat iedereen toch op zitten?’
    ‘Kan ik dan ook afspreken na schooltijd?’

    En ga zo maar door.
    Als al die vragen in je hoofd zitten, dan is het best lastig om rustig te gaan slapen…

    Het ene kind is het andere niet

    De meeste kinderen gaan vanaf deze week weer naar school en het ene kind zal hier anders mee omgaan dan het andere kind.
    Sommige kinderen zijn uitgelaten en blij, anderen maken zich zorgen, anderen vinden het eigenlijk een beetje te spannend en weer anderen willen helemaal niet.

    Wat kan ik doen?

    Hoe kan je jouw kind nou het beste begeleiden bij deze bijzondere overgang?
    Daarvoor heb ik een aantal tips voor je op een rijtje gezet.
    Kijk vooral wat er bij jou en jouw kind past, want geen enkel gezin is hetzelfde. En laat de rest langs je heen gaan.

    1. Kijk heel goed naar je kind. Wat speelt er bij hem*? Probeer hierin je eigen invulling zoveel mogelijk achterwege te laten en puur te kijken wat je bij hem ziet. Vertoont hij opvallend gedrag? Stelt hij specifieke vragen? Lacht hij nog net zo vaak als voorheen?
    2. Geef ruimte voor alle emoties. Je zal misschien merken dat er meer boze buien zijn, dat er opeens verdriet langs komt of juist een enorme uitgelatenheid. Het mag er allemaal zijn. Het is namelijk niet gek dat er boosheid, frustratie en verdriet langs komen in een periode waarin zoveel anders en onzeker is.
      Geef hem de ruimte om dit ook te uiten.
    3. Wees nieuwsgierig. Stel open vragen zonder suggesties. Bijvoorbeeld: “Hoe heb je geslapen?” En niet: “Jij hebt vast lekker geslapen.” Want daarmee geef je eigenlijk al invulling aan het antwoord van je kind. Nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat je je openstelt en dingen wil onderzoeken. Dat is een hele fijne energie om mee te nemen in een gesprek.
    4. Luister echt. Luister naar wat jouw kind te vertellen heeft, luister naar wat voor vragen hij stelt, luister naar wat er in dat koppie omgaat. Luister ook tussen de regels door. Want vaak kunnen ze nog geen woorden geven aan wat er achter een vraag schuil gaat. Achter de vraag: “Mag ik met mijn vriendinnen knuffelen?” zit meer dan alleen het knuffelen. Mijn dochter vraagt hierbij om duidelijkheid. Wat mag nu precies wel en wat niet? En er blijkt heel duidelijk uit dat ze behoefte heeft aan verbinding met haar vriendinnen.
    5. Check of het klopt wat je gehoord hebt. Trek niet zomaar conclusies maar vraag vooral of het klopt. “Zou je graag willen dat het allemaal wat duidelijker is?” Als die vraag bevestigd wordt kun je samen bekijken hoe er meer duidelijkheid gegeven kan worden.
    6. Zorg voor duidelijkheid. Duidelijkheid zorgt voor veiligheid. Dus laat jouw kind vooraf weten wanneer hij precies naar school moet, wat hij mee moet nemen, hoe jullie de ochtenden aan gaan pakken, wat er thuis gedaan moet worden etc. Maak bijvoorbeeld een duidelijke kalender waarop te zien is wat wanneer gaat gebeuren. Iets visueel maken werkt voor veel kinderen goed, ook als ze al wat ouder zijn.
    7. Stel grenzen aan gedrag. Ook grenzen stellen zorgt voor duidelijkheid en dus ook veiligheid. Sommige zaken moeten gebeuren, sommige dingen mogen niet. Zolang daar duidelijkheid over is geeft dit rust.
    8. Neem de tijd. Om aan de nieuwe veranderingen weer te wennen. Sommige kinderen hebben hier meer tijd voor nodig dan anderen. Het is goed om de veranderingen rustig aan door te voeren. Niet meteen vanaf dag 1 opeens weer naar school, BSO én sport. Pak het rustig één voor één op zodat de overgang geleidelijk gaat.
    9. Ontspan. Zorg dat er genoeg momenten zijn om te spelen, te ontspannen, te knuffelen, tijd voor jezelf te nemen of iets anders te doen waar hij op dat moment behoefte aan heeft.
    10. Wees lief voor jezelf! Jij als ouder hoeft het allemaal niet perfect te doen. Soms heb je het geduld even niet, soms zeg je iets wat je niet meent, soms ben je te moe om consequent te zijn en soms ben je zo vrolijk dat je alles even los laat. En dat is allemaal prima. Een perfecte ouder bestaat niet dus wees hierin het grote voorbeeld van je kinderen en wees trots op alles wat je voor elkaar krijgt en wees mild als iets niet lukt.

    Met deze tien tips, die je eigenlijk altijd wel toe kan passen en niet alleen in deze periode, wens ik je een hele fijne week waarin alles weer een beetje anders is dan in de afgelopen periode.
    Kijk vooral naar wat er goed gaat en geniet van die mooie kleine momentjes die ook deze week zeker weer voorbij komen. Fijne week!

    * voor elke ‘hem’ kun je ook ‘haar’ invullen.

    12 mei 2020|

    Wat hebben kwaliteiten te maken met je zelfvertrouwen?

    Kwaliteiten zijn eigenschappen die bij iemand horen. Je bent er goed in en iemand anders kan die kwaliteiten die bij jou horen vaak snel benoemen.
    Maar dit van jezelf benoemen is soms nog wel eens lastig. Want vaak zijn de kwaliteiten die je hebt voor jezelf zo vanzelfsprekend dat je het niet meer bijzonder vindt.

    Kwaliteiten zoeken en benoemen

    Als kinderen of jongeren bij mij in de praktijk komen ga ik altijd aan de slag met hun kwaliteiten. We doen dan een spel om deze kwaliteiten te ontdekken. Ik gebruik hiervoor het spel schatgravers. Dit is een leuk spel waarbij je allemaal verschillende werkvormen kunt gebruiken waardoor je het ook heel vaak kan spelen en het nooit saai wordt om te doen.

    Hey, is dit ook een kwaliteit van mij?

    Kinderen ontdekken vaak kwaliteiten bij zichzelf waar ze zich helemaal niet zo van bewust waren. Maar het is natuurlijk wel super leuk om te ontdekken dat je nog veel meer kwaliteiten hebt dan je eigenlijk van te voren had bedacht,

    Boost in je zelfvertrouwen

    Het zien van je kwaliteiten geeft je een boost in je zelfvertrouwen. Want ineens denk je: ‘He dat kan ik heel goed’, of ‘Dat vind ik super leuk om te doen en het lukt me ook nog eens heel goed!’
    Het zien van je eigen kwaliteiten zorgt voor een positief zelfbeeld en meer zelfvertrouwen.
    En kinderen die een positief zelfbeeld hebben zijn beter in staat relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden. Ze hebben meer zelfvertrouwen dan kinderen met een negatief zelfbeeld.

    Vaak zien we wat er niet goed gaat…..

    In het dagelijks leven en ook op school worden vaak de dingen belicht die kinderen en jongeren nog niet goed doen, dit gebeurt vaak onbewust. Op school worden kinderen vaak gewezen op de fouten die ze gemaakt hebben want die moeten ze dan nog even verbeteren.
    En thuis is het vaak zo dat als je kind op de bank springt hij een standje krijgt, terwijl je vaak geen compliment geeft als hij wel netjes zit. Of als je kinderen ruzie hebben stuur je je kind naar zijn kamer of naar de gang en als ze gezellig aan het spelen zijn vergeet je vaak een compliment te geven. Hiermee belicht je onbewust de dingen die ze allemaal niet goed doen.

    Meer aandacht voor het positieve

    Als we meer aandacht zouden besteden aan al die dingen de onze kinderen goed doen en goed kunnen, hun kwaliteiten dus belichten, dan krijgen de kinderen een positiever zelfbeeld en dus meer zelfvertrouwen.
    En dan moet je dit ook nog op de juiste manier doen, maar daar besteed ik weer een andere keer aandacht aan.

    Meer zelfinzicht en zicht op de kwaliteiten van anderen

    Weten wat je eigen kwaliteiten zijn geeft je ook meer zelfinzicht. Je bent je beter bewust van wat je allemaal wél kan waardoor je automatisch dat ook meer gaat laten zien. En doordat je zelf een positievere blik hebt ga je ineens ook de kwaliteiten van anderen zien. Ze weten dan beter bij wie ze moeten zijn als ze iets moeten doen waar zij zelf niet goed in zijn. En kunnen elkaar op die manier  beter helpen en hebben ze meer begrip voor elkaar. Zo komen ze er achter dat je ook niet overal goed in hoeft te zijn!

    Een tip om thuis te doen

    Leuk is het om zelf eens aan de slag te gaan met een zoektocht naar de kwaliteiten die je kind allemaal heeft en ook die je zelf hebt. Ga met je gezin eens aan de slag hiermee.
    Dat kan al heel simpel tijdens het avondeten. Je maakt een rondje en iedereen benoemt een kwaliteit van degene die naast hem zit. Ik vind dat jij goed bent in……. Ik vind dat jij heel goed kan….. Ik vind dat jij heel………bent.
    Daarna draai je het rondje om en noem je een kwaliteit van degene die aan de andere kant naast je zit. En leuk is het als je het allemaal opschrijft op een mooi papier die je elke dag verder kunt aanvullen.
    Je kan voor kinderen alvast van te voren even een paar voorbeelden noemen zodat ze er een beetje inkomen. Voorbeelden kunnen zijn: samenwerken, luisteren, voor jezelf opkomen, vrienden maken, troosten, doorzetten, lief, eerlijk, gezellig, grappig, ijverig, zelfstandig, sportief, nieuwsgierig, netjes.

    Veel plezier ermee!

    4 mei 2020|

    Stralende vragen voor meer verbinding met je kind

    “Kom het is 9 uur we gaan beginnen. Wat gaan we allemaal doen vandaag? Moet ik nou alweer rekenen, taal, spelling doen? Ik mis de klas wel heel erg, gaan we alweer een keertje videobellen? Gaan we nog een spelletje doen samen? Nee hebben we geen tijd voor, mama moet ook nog werken.”

    Een worsteling, zo voelt het soms dat thuis werken met de kinderen. Zij hun huiswerk en ik mijn werk. Het is echt een puzzel om het allemaal voor elkaar te krijgen. En dan hoor en zie je zo leuk al die berichtjes van gebruik je tijd om ook verbinding met het gezin te krijgen. En ja daar is het nu óók de tijd voor, want nu is iedereen thuis.

    Wat gaat er om in het hoofd van je kind?

    Die aandacht voor elkaar is ook echt super belangrijk. Weet jij nu precies wat er in het koppie van je kind omgaat? Nee, je weet misschien soms niet eens wat er allemaal in je eigen hoofd omgaat zo vol zit die soms. Tenminste bij mij wel!
    Die verbinding met je kind zou je wel willen en je probeert het misschien ook wel eens, maar je kan de juiste vragen niet vinden of je krijgt geen antwoord van je kind.
    Dus je denkt harstikke leuk maar hoe en wanneer dan?

    Stralende vragen

    Ik heb een download gemaakt met stralende vragen over het thuis leren die je helpt met de vragen die je kan stellen in deze periode dat we thuis leren en werken. Verrassende vragen die niet standaard zijn en waardoor je kind uitgedaagd wordt in zijn denken over deze periode en wat dat met hem doet.
    Ik hoop dat deze download met stralende vragen gaat gebruiken, want je kunt er zoveel mee! Hij levert je zoveel op. Zowel voor jou als ouder maar ook voor je kind. Want ook je kind ordent op dat moment even zijn gedachten over deze tijd thuis. En hoe lekker is het voor je kind als hij het gevoel krijgt eens even heel erg serieus genomen te worden. Dat is voor kinderen echt heel erg fijn, weet ik uit kindercoachpraktijk ervaring.

    De perfecte setting en timing

    Maar ja een paar vragen daar red je het niet mee. Het gaat ook om de setting waarin je de vraag stelt aan je kind. De sfeer die je creëert op het moment dat je de vraag wilt gaan stellen. Want een fijne sfeer maakt het voor je kind veel makkelijker om de vraag te beantwoorden.
    Gesprekssfeer heeft te maken met lichtheid en timing. Kijk maar eens naar jezelf: als jij van een drukke dag werken thuis komt, je hebt je hoofd vol en je bent moe, je hebt veel gedaan en meegemaakt. Wil jij dan helemaal bestookt worden met vragen? Nee dacht het niet! Het voelt dan zwaar en heeft een verkeerde timing.

    Maar stel je zit naast iemand en je hebt een gezellig keuvelgesprek. Je bent allebei iets aan het fröbelen, je kunt die ander aankijken maar het hoeft niet. Je kan zijn stemming en peilen en je eigen stemming laten merken. Wil je dan een serieuze vraag met empathie en oprechte interesse? Grote kans van wel. Het voelt dan licht en de timing is perfect!

    Ditzelfde geldt ook voor je kind, na een intense dag met veel huiswerk, videobellen met de juf, instructiefilmpjes enzovoorts moet je kind eerst even tot rust komen en wat anders doen om daarna samen met jou in gesprek te gaan.

    Hier dan een paar tips voor het creëren van de juiste sfeer:

    • Zorg dat je iets samen aan het doen bent waarbij je elkaar wel aan kunt kijken maar het niet hoeft. Bijvoorbeeld een knutselactiviteit.
    • Begin met een inleidend keuvelgesprek. Gewoon even lekker kletsen over van alles en nog wat, laat het doel wat je hebt met het gesprek los en ga er open in.
    • Leid de vraag in met oprechte interesse: bijvoorbeeld “Ik zou wel eens willen weten….”, “Hoe is dat voor jou” of “ik heb een vraag voor je”
    • Geef tijd om het antwoord te vinden, je kunt zelfs zeggen dat je er op een ander moment op terug komt als je kind even geen antwoord weet.
    • Schuif je oordeel aan de kant en sta open voor elk antwoord. Verwonder je erover, vraag door als je voelt dat je meer wilt weten. Ook hier is het heel belangrijk dat je de antwoorden van je kind serieus neemt en niet je eigen oordeel mee laat klinken. Alleen dan voelt je kind zich serieus genomen en zal hij meer aan je gaan vertellen

    Dus waar wacht je nog op? Klik hier: Stralende vragen over het thuis leren nu meteen om het blad te downloaden en hang ze op de koelkast zodat je ze altijd bij de hand hebt om een keer te stellen aan je kind(eren).
    Heel veel succes en plezier, het zal je veel verbinding opleveren!

    16 april 2020|

    De haat-liefde verhouding tussen broers en zussen

    “Nee dat is van mij, geef hier!
    Echt niet ik had het als eerste.
    Ja, maar jij was gisteren ook al.
    Jij bent echt stom, wat een rot zus ben jij!”
     

    Ruzie tussen broers en zussen, wie kan daar niet over mee praten. Iedereen wel! Hebben jou kinderen ook regelmatig ruzie onderling? En zou je willen dat ze met elkaar leren omgaan en hun ruzies samen op kunnen lossen? Lees dan verder. Wil je dat ze nooit meer ruzie maken, stop dan nu met lezen, want dat gaat echt nooit gebeuren.

    En nu zit je een paar weken samen thuis……

    En die ruzie daar zal je nu wel vaker mee te maken krijgen in deze weken dat je samen met je kinderen veel meer thuis zit en ze op elkaar aangewezen zijn. Want vanwege het Corona virus kunnen ze ook even niet afspreken met vriendjes en vriendinnetjes en zullen ze zich met elkaar moeten vermaken. Hoe strak je ook een schema maakt voor het schoolwerk wat ze moeten maken en hoe goed je ook de vaste structuur in de gaten houdt, ruzie zal er ontstaan op het moment dat ze met elkaar gaan spelen.

    Haat-liefde verhouding

    Broers en zussen kunnen veel aan elkaar hebben. Je kan samenspelen, dingen delen, samen leuke dingen beleven en hiervan genieten en ideeën uitwisselen.
    En ja dat dit niet altijd goed gaat hoort er ook bij. Ruzies komen in elk gezin voor. Door ruzie te maken leren kinderen allerlei vaardigheden die nu en later heel goed van pas zullen komen.
    Het lijkt wel of je kinderen een haat-liefde verhouding met elkaar hebben. Want de ene dag knuffelen ze elkaar plat en willen ze bij elkaar slapen en de andere dag hebben ze alleen maar ruzie….
    Het is eigenlijk wel logisch dat kinderen thuis veel ruzie maken. Want de thuisomgeving is voor kinderen de meest veilige en liefdevolle omgeving. Je broer of zus zal nooit stoppen met van je te houden terwijl een vriend of vriendin gewoon kan zeggen dat hij niet meer met je wil spelen en de vriendschap verbreken.

    Ruzie maken daar leer je van

    Ruzie maken hoort bij de ontwikkeling van een kind, sterker nog je kind leert ervan om ruzie te maken en het ook weer goed te maken. Maar welke vaardigheden leert je kind dan allemaal:

    • Gevoelens uiten naar een ander
    • Voor zichzelf opkomen
    • Je inleven in een ander
    • Samen tot een oplossing komen
    • Compromis sluiten
    • Sorry zeggen en elkaar vergeven

    Wanneer kunnen ze het zelf oplossen?

    Voor kleuters is het nog heel erg lastig om ruzies op te lossen, zij zitten vaak zo erg in hun emoties en hebben die emoties ook nog niet onder controle. En ze kunnen zich nog niet inleven in een ander. Zij hebben echt hulp van een volwassene nodig. Kinderen van 6-8 jaar kan je het zelf laten oplossen maar ben jij er nog wel bij om het te begeleiden en vanaf een jaar of 9-10 kunnen kinderen het al veel beter zelf, vanaf deze leeftijd kunnen ze zich ook steeds beter inleven in een ander.

    En dan nu een paar tips om je deze weken te helpen met al die ruzies

    Omdat je de komende weken veel meer thuis zit met je kinderen en er waarschijnlijk vaker ruzies zullen ontstaan heb ik wat tips voor je om een rijtje gezet:

    • Grijp niet meteen in bij een ruzie maar wacht even af: soms lost het zich vanzelf al op en willen wij weleens te snel alles sussen. Laat ze het eerst proberen zelf op te lossen. Kijk daarbij naar de leeftijd van je kinderen of ze hier wel of geen hulp bij nodig hebben. Als ze agressief worden grijp dan wel meteen in!
    • Geef je kinderen complimenten: als ze gezellig samen aan het spelen zijn en ook als ze een ruzie goed samen hebben opgelost. Geef dat compliment meteen als je het ziet en niet alleen achteraf. Dit stimuleert om gezellig te blijven spelen.
    • Laat je kinderen de ruzie altijd oplossen en haal ze niet uit elkaar om apart te spelen: als je ze uit elkaar zet leren ze de ruzie niet oplossen. Ook kan het daarna nog heel lang door sudderen omdat het niet uit hun systeem is, als ze dan een uur later weer samen gaan spelen kan het heel snel weer ruzie zijn omdat de een misschien nog boos is van de vorige ruzie.
    • Richt je op de oplossing en niet op wie de schuldige is: het wordt voor kinderen ook veel minder belangrijk wie zijn schuld het is als jij je daar ook niet op richt. Bedenk samen oplossingen. Laat beide kinderen met oplossingen komen en stimuleer een win-win oplossing. Een win-win oplossing is een oplossing waar beide partijen blij van worden.
    • Geef je kinderen regelmatig los van elkaar even een momentje individuele aandacht: kinderen kunnen genieten als ze even de onverdeelde aandacht van hun vader of moeder hebben. Je ziet ze dan groeien. Ze voelen zich op dat moment gehoord en gezien en dat is zo belangrijk! Dit zorgt voor minder ruzie. Dit kan je bijvoorbeeld al elke dag 10 minuten doen bij het naar bed brengen, elk kind echt even zijn eigen tijd geven en niet al je kinderen tegelijk naar bed brengen of tegelijk voorlezen maar allemaal apart.
    • Vergelijk je kinderen niet openlijk met elkaar: door ze steeds met elkaar te vergelijken ontstaat rivaliteit, ze hebben het gevoel dat ze steeds tegen elkaar op moeten boksen.
    22 maart 2020|

    Mijn kind heeft angst om te falen

    “Mam ik ben vandaag ziek.
    Oh wat heb je dan?
    Ik heb hoofdpijn en buikpijn, ik kan echt niet naar school toe.
    Maar je hebt vandaag je spreekbeurt?
    Ja, maar dan haal ik die wel weer in, dat geeft niet hoor.
    Maar je ziet er helemaal niet ziek uit, en net was er nog niks aan de hand. En nu gaan we weg en dan ineens heb je buikpijn.
    Ik zie er gewoon zo tegen die spreekbeurt op, ik kan het gewoon niet, ik durf het niet want dan gaat iedereen naar mij kijken, en dan vergeet ik wat ik moet zeggen….”

    Elke keer als er iets bijzonders op school is waarbij je kind moet presteren zoals een toets, een spreekbeurt of een boekbespreking dan is er stress in huis. Die stress kan zich op verschillende manieren uiten. Dat kan door boosheid, je kind wordt op alles en iedereen boos ongeacht wat ze wel of niet gedaan hebben. Of je kind is juist heel stil en verdrietig en gaat om het minste of geringste huilen.

    Gezonde spanning of faalangst

    Het kan zijn dat dit gewoon gezonde spanning is die we allemaal wel eens hebben als er iets moeilijks staat te gebeuren. Voor een groep je spreekbeurt houden is nou eenmaal gewoon spannend en dat mag ook. Daar mag een gezonde portie onzekerheid de hoek om komen kijken.
    Maar het moet niet zo zijn dat je kind er ziek van wordt of dat je kind niet meer naar school toe wil daardoor. Dan gaat de onzekerheid meer de vorm van faalangst aannemen.

    Wat is dat faalangst?

    Letterlijk is faalangst de angst om te falen. Dat falen kan zijn op het gebied van schoolse taken maar ook op het gebied van sociale contacten.
    Bij de angst voor schoolse taken is het kind bang dat ondanks alle goede voorbereidingen het toch mislukt. En eigenlijk is de angst er ook al vooraf. Uitspraken en gedachten als “Het zal wel niet gaan lukken, ik krijg vast een black-out.” Of “Ik kan het toch niet” zijn gedachten die al lang van te voren meespelen. Faalangst heb je alleen als het om een bepaalde “taak” gaat waarbij iets van je verwacht wordt en er een beoordeling volgt. Bijvoorbeeld een toets op school, een spreekbeurt, maar ook een beurt krijgen van de juf of meester tijdens de les.
    Door die angst die er dan is presteert je kind vaak onder zijn of haar niveau. En vooral de tijd die aan die taak vooraf gaat is vreselijk en daar heb je dan vooral thuis last van in de vorm van bepaald gedrag wat je kind laat zien.
    De angst op sociaal gebied uit zich meer in de omgang met anderen. Het kind is ervan overtuigd dat anderen hem/haar stom vinden. Hierdoor zal het kind in de klas ook geen spreekbeurt durven houden, geen vragen durven stellen of antwoord durven geven op vragen.

    Een negatief zelfbeeld

    Faalangst heeft alles te maken met het zelfbeeld dat het kind heeft. Een kind kan zichzelf zien als positief: “Ik ben oké en ik doe ertoe,”  of het kind kan zichzelf zien als negatief: “Ik presteer slecht, iedereen vind mij stom en dat klopt ook, want ik bèn stom. Dat vind ik zelf ook.” Door dit negatieve zelfbeeld presteren kinderen slecht.
    Ze zitten vaak vast in de negatieve gedachtegang die ze hebben. Als ze een spreekbeurt moeten gaan geven, denken zij meteen aan dat die spreekbeurt niet gaat lukken. Bij een toets kijken ze meteen naar de opgaven die ze niet kunnen. Er is alleen nog maar plaats voor de negatieve gedachten. Ze denken dat ze de opdracht niet aankunnen, denken alleen maar dááraan en kunnen vervolgens de opdracht niet aan, omdat hun hoofd vol zit met die negatieve gedachten. Daarna worden ze hierin bevestigd, omdat de opdracht daardoor daadwerkelijk mislukt. Kinderen met faalangst zijn altijd op zoek naar bewijzen voor hun onkunde.

    Een paar tips om je kind te helpen:

      • Maak duidelijk aan je kind dat fouten maken mag en dat niemand zijn leven foutloos doorbrengt.
      • Vertel zelf over dingen die jij als ouder fout hebt gedaan; hoe dat voelde en hoe je dat oploste.
      • Laat merken aan je kind dat je van hem/ haar houdt ongeacht van wat voor prestaties je kind laat zien.
      • Geef complimenten op de moeite die je kind ergens voor doet en niet over het product.
      • Geef je kind de tijd om na te denken: soms zegt je kind “Ik weet het niet”, maar is dan nog bezig met nadenken. Wees niet te snel met je antwoord en zeg dat hij/zij even mag nadenken.
      • Vervang ‘goed en fout’ door ‘helpend en niet helpend’: je kind is erg gevoelig om te horen dat iets niet goed ging. Bijvoorbeeld: “Je houdt je potlood niet goed vast” maak daar van: “Het helpt als je meer je potlood zo vast houdt.”
      • Help je kind een klein stukje op weg: vraag je kind in een voor hem lastige situatie ‘wat kun jij hiervan zelf doen?’ en ‘wat kan mama doen om jou te helpen?’.
      • Vertel ‘Je kunt het nóg niet’ als je kind zegt dat hij het niet kan: hiermee spreek jij je vertrouwen uit naar je kind dat je gelooft dat hij het kan leren.

    Heb je na het lezen van deze blog nog vragen of twijfels? Of wil je graag van gedachten wisselen over hoe je jouw kind kunt helpen met zijn/haar onzekerheid of faalangst? Neem dan contact met mij op en dan kijken we samen naar wat jij zelf kan doen en wat ik eventueel voor je kind kan betekenen.

    4 februari 2020|