Blog2019-03-14T08:59:55+00:00

De haat-liefde verhouding tussen broers en zussen

“Nee dat is van mij, geef hier!
Echt niet ik had het als eerste.
Ja, maar jij was gisteren ook al.
Jij bent echt stom, wat een rot zus ben jij!”
 

Ruzie tussen broers en zussen, wie kan daar niet over mee praten. Iedereen wel! Hebben jou kinderen ook regelmatig ruzie onderling? En zou je willen dat ze met elkaar leren omgaan en hun ruzies samen op kunnen lossen? Lees dan verder. Wil je dat ze nooit meer ruzie maken, stop dan nu met lezen, want dat gaat echt nooit gebeuren.

En nu zit je een paar weken samen thuis……

En die ruzie daar zal je nu wel vaker mee te maken krijgen in deze weken dat je samen met je kinderen veel meer thuis zit en ze op elkaar aangewezen zijn. Want vanwege het Corona virus kunnen ze ook even niet afspreken met vriendjes en vriendinnetjes en zullen ze zich met elkaar moeten vermaken. Hoe strak je ook een schema maakt voor het schoolwerk wat ze moeten maken en hoe goed je ook de vaste structuur in de gaten houdt, ruzie zal er ontstaan op het moment dat ze met elkaar gaan spelen.

Haat-liefde verhouding

Broers en zussen kunnen veel aan elkaar hebben. Je kan samenspelen, dingen delen, samen leuke dingen beleven en hiervan genieten en ideeën uitwisselen.
En ja dat dit niet altijd goed gaat hoort er ook bij. Ruzies komen in elk gezin voor. Door ruzie te maken leren kinderen allerlei vaardigheden die nu en later heel goed van pas zullen komen.
Het lijkt wel of je kinderen een haat-liefde verhouding met elkaar hebben. Want de ene dag knuffelen ze elkaar plat en willen ze bij elkaar slapen en de andere dag hebben ze alleen maar ruzie….
Het is eigenlijk wel logisch dat kinderen thuis veel ruzie maken. Want de thuisomgeving is voor kinderen de meest veilige en liefdevolle omgeving. Je broer of zus zal nooit stoppen met van je te houden terwijl een vriend of vriendin gewoon kan zeggen dat hij niet meer met je wil spelen en de vriendschap verbreken.

Ruzie maken daar leer je van

Ruzie maken hoort bij de ontwikkeling van een kind, sterker nog je kind leert ervan om ruzie te maken en het ook weer goed te maken. Maar welke vaardigheden leert je kind dan allemaal:

  • Gevoelens uiten naar een ander
  • Voor zichzelf opkomen
  • Je inleven in een ander
  • Samen tot een oplossing komen
  • Compromis sluiten
  • Sorry zeggen en elkaar vergeven

Wanneer kunnen ze het zelf oplossen?

Voor kleuters is het nog heel erg lastig om ruzies op te lossen, zij zitten vaak zo erg in hun emoties en hebben die emoties ook nog niet onder controle. En ze kunnen zich nog niet inleven in een ander. Zij hebben echt hulp van een volwassene nodig. Kinderen van 6-8 jaar kan je het zelf laten oplossen maar ben jij er nog wel bij om het te begeleiden en vanaf een jaar of 9-10 kunnen kinderen het al veel beter zelf, vanaf deze leeftijd kunnen ze zich ook steeds beter inleven in een ander.

En dan nu een paar tips om je deze weken te helpen met al die ruzies

Omdat je de komende weken veel meer thuis zit met je kinderen en er waarschijnlijk vaker ruzies zullen ontstaan heb ik wat tips voor je om een rijtje gezet:

  • Grijp niet meteen in bij een ruzie maar wacht even af: soms lost het zich vanzelf al op en willen wij weleens te snel alles sussen. Laat ze het eerst proberen zelf op te lossen. Kijk daarbij naar de leeftijd van je kinderen of ze hier wel of geen hulp bij nodig hebben. Als ze agressief worden grijp dan wel meteen in!
  • Geef je kinderen complimenten: als ze gezellig samen aan het spelen zijn en ook als ze een ruzie goed samen hebben opgelost. Geef dat compliment meteen als je het ziet en niet alleen achteraf. Dit stimuleert om gezellig te blijven spelen.
  • Laat je kinderen de ruzie altijd oplossen en haal ze niet uit elkaar om apart te spelen: als je ze uit elkaar zet leren ze de ruzie niet oplossen. Ook kan het daarna nog heel lang door sudderen omdat het niet uit hun systeem is, als ze dan een uur later weer samen gaan spelen kan het heel snel weer ruzie zijn omdat de een misschien nog boos is van de vorige ruzie.
  • Richt je op de oplossing en niet op wie de schuldige is: het wordt voor kinderen ook veel minder belangrijk wie zijn schuld het is als jij je daar ook niet op richt. Bedenk samen oplossingen. Laat beide kinderen met oplossingen komen en stimuleer een win-win oplossing. Een win-win oplossing is een oplossing waar beide partijen blij van worden.
  • Geef je kinderen regelmatig los van elkaar even een momentje individuele aandacht: kinderen kunnen genieten als ze even de onverdeelde aandacht van hun vader of moeder hebben. Je ziet ze dan groeien. Ze voelen zich op dat moment gehoord en gezien en dat is zo belangrijk! Dit zorgt voor minder ruzie. Dit kan je bijvoorbeeld al elke dag 10 minuten doen bij het naar bed brengen, elk kind echt even zijn eigen tijd geven en niet al je kinderen tegelijk naar bed brengen of tegelijk voorlezen maar allemaal apart.
  • Vergelijk je kinderen niet openlijk met elkaar: door ze steeds met elkaar te vergelijken ontstaat rivaliteit, ze hebben het gevoel dat ze steeds tegen elkaar op moeten boksen.
22 maart 2020|

Mijn kind heeft angst om te falen

“Mam ik ben vandaag ziek.
Oh wat heb je dan?
Ik heb hoofdpijn en buikpijn, ik kan echt niet naar school toe.
Maar je hebt vandaag je spreekbeurt?
Ja, maar dan haal ik die wel weer in, dat geeft niet hoor.
Maar je ziet er helemaal niet ziek uit, en net was er nog niks aan de hand. En nu gaan we weg en dan ineens heb je buikpijn.
Ik zie er gewoon zo tegen die spreekbeurt op, ik kan het gewoon niet, ik durf het niet want dan gaat iedereen naar mij kijken, en dan vergeet ik wat ik moet zeggen….”

Elke keer als er iets bijzonders op school is waarbij je kind moet presteren zoals een toets, een spreekbeurt of een boekbespreking dan is er stress in huis. Die stress kan zich op verschillende manieren uiten. Dat kan door boosheid, je kind wordt op alles en iedereen boos ongeacht wat ze wel of niet gedaan hebben. Of je kind is juist heel stil en verdrietig en gaat om het minste of geringste huilen.

Gezonde spanning of faalangst

Het kan zijn dat dit gewoon gezonde spanning is die we allemaal wel eens hebben als er iets moeilijks staat te gebeuren. Voor een groep je spreekbeurt houden is nou eenmaal gewoon spannend en dat mag ook. Daar mag een gezonde portie onzekerheid de hoek om komen kijken.
Maar het moet niet zo zijn dat je kind er ziek van wordt of dat je kind niet meer naar school toe wil daardoor. Dan gaat de onzekerheid meer de vorm van faalangst aannemen.

Wat is dat faalangst?

Letterlijk is faalangst de angst om te falen. Dat falen kan zijn op het gebied van schoolse taken maar ook op het gebied van sociale contacten.
Bij de angst voor schoolse taken is het kind bang dat ondanks alle goede voorbereidingen het toch mislukt. En eigenlijk is de angst er ook al vooraf. Uitspraken en gedachten als “Het zal wel niet gaan lukken, ik krijg vast een black-out.” Of “Ik kan het toch niet” zijn gedachten die al lang van te voren meespelen. Faalangst heb je alleen als het om een bepaalde “taak” gaat waarbij iets van je verwacht wordt en er een beoordeling volgt. Bijvoorbeeld een toets op school, een spreekbeurt, maar ook een beurt krijgen van de juf of meester tijdens de les.
Door die angst die er dan is presteert je kind vaak onder zijn of haar niveau. En vooral de tijd die aan die taak vooraf gaat is vreselijk en daar heb je dan vooral thuis last van in de vorm van bepaald gedrag wat je kind laat zien.
De angst op sociaal gebied uit zich meer in de omgang met anderen. Het kind is ervan overtuigd dat anderen hem/haar stom vinden. Hierdoor zal het kind in de klas ook geen spreekbeurt durven houden, geen vragen durven stellen of antwoord durven geven op vragen.

Een negatief zelfbeeld

Faalangst heeft alles te maken met het zelfbeeld dat het kind heeft. Een kind kan zichzelf zien als positief: “Ik ben oké en ik doe ertoe,”  of het kind kan zichzelf zien als negatief: “Ik presteer slecht, iedereen vind mij stom en dat klopt ook, want ik bèn stom. Dat vind ik zelf ook.” Door dit negatieve zelfbeeld presteren kinderen slecht.
Ze zitten vaak vast in de negatieve gedachtegang die ze hebben. Als ze een spreekbeurt moeten gaan geven, denken zij meteen aan dat die spreekbeurt niet gaat lukken. Bij een toets kijken ze meteen naar de opgaven die ze niet kunnen. Er is alleen nog maar plaats voor de negatieve gedachten. Ze denken dat ze de opdracht niet aankunnen, denken alleen maar dááraan en kunnen vervolgens de opdracht niet aan, omdat hun hoofd vol zit met die negatieve gedachten. Daarna worden ze hierin bevestigd, omdat de opdracht daardoor daadwerkelijk mislukt. Kinderen met faalangst zijn altijd op zoek naar bewijzen voor hun onkunde.

Een paar tips om je kind te helpen:

    • Maak duidelijk aan je kind dat fouten maken mag en dat niemand zijn leven foutloos doorbrengt.
    • Vertel zelf over dingen die jij als ouder fout hebt gedaan; hoe dat voelde en hoe je dat oploste.
    • Laat merken aan je kind dat je van hem/ haar houdt ongeacht van wat voor prestaties je kind laat zien.
    • Geef complimenten op de moeite die je kind ergens voor doet en niet over het product.
    • Geef je kind de tijd om na te denken: soms zegt je kind “Ik weet het niet”, maar is dan nog bezig met nadenken. Wees niet te snel met je antwoord en zeg dat hij/zij even mag nadenken.
    • Vervang ‘goed en fout’ door ‘helpend en niet helpend’: je kind is erg gevoelig om te horen dat iets niet goed ging. Bijvoorbeeld: “Je houdt je potlood niet goed vast” maak daar van: “Het helpt als je meer je potlood zo vast houdt.”
    • Help je kind een klein stukje op weg: vraag je kind in een voor hem lastige situatie ‘wat kun jij hiervan zelf doen?’ en ‘wat kan mama doen om jou te helpen?’.
    • Vertel ‘Je kunt het nóg niet’ als je kind zegt dat hij het niet kan: hiermee spreek jij je vertrouwen uit naar je kind dat je gelooft dat hij het kan leren.

Heb je na het lezen van deze blog nog vragen of twijfels? Of wil je graag van gedachten wisselen over hoe je jouw kind kunt helpen met zijn/haar onzekerheid of faalangst? Neem dan contact met mij op en dan kijken we samen naar wat jij zelf kan doen en wat ik eventueel voor je kind kan betekenen.

4 februari 2020|

“Help er zit een monster onder mijn bed!”

“Mam, mag het licht aanblijven? Ik vind het zo eng in het donker.
Maar je hebt dat nachtlampje toch niet meer nodig? Ja maar ik vind het zo eng in het donker! Ik hoor allerlei geluiden, straks zit er een monster onder mijn bed….”

Ik was 9 jaar en toen vroeg ik steeds aan mijn vader en moeder of ik een nachtlampje aan mocht, of dat het licht in de gang aan mocht blijven. Ik had nooit een lampje nodig en ineens vond ik het eng boven in het donker. Ik wilde niet graag alleen zijn in het donker. Ik vond het dan ook fijn als ik mijn vader bezig hoorde op zolder met zagen en timmeren, dan voelde ik me niet zo bang en alleen.

Angsten komen weer terug

Kinderen die in de negenjaarsfase zitten kunnen ineens weer angsten ervaren die ze in jaren niet gehad hebben. Zoals bang zijn in het donker. Doordat de buitenwereld nu in deze fase meer ervaren wordt, komt alles echt binnen bij ze. Ze denken dat er spoken en monsters op de kamer zijn.
En als ze op het nieuws hebben gezien dat er ergens ingebroken is dan denken ze dat het ook bij hun thuis kan gebeuren en durven ze niet meer alleen te zijn in het donker. Bij elk raar geluid staan ze naast je of roepen ze om mama.

Daar gaat dan je rustige avond met een kopje koffie…

En daar zit je dan elke avond met een boos kind omdat ze niet naar bed wil. En als ze dan eindelijk in bed ligt dan kan ze geen kus geven en blijft ze maar rekken omdat ze niet alleen in het donker wil zijn. En tot slot begint ze ook nog te zeuren om een nachtlampje en dat terwijl ze al negen is denk je dan…. En ondertussen wordt je kopje koffie koud beneden….

Neem de tijd en zoek naar de behoefte van je kind

Het is lastig want in de avond ben je vaak moe van het werken en snak je naar een beetje rust en tijd voor jezelf. Maar neem toch even de tijd om met je kind rustig te praten en te luisteren naar wat hij te vertellen heeft. Neem de angst serieus en zoek naar de behoefte die je kind heeft op dat moment.
Vraag aan je kind wat hij wil. Is dat samen op spokenjacht, een lampje aan, bij jullie in bed in slaap vallen, je kind kan dit vaak heel goed zelf vertellen en verwoorden.

Begrip en grenzen stellen

Maar het is ook belangrijk om grenzen te stellen en aan te geven wat jij zelf wil. Het is aan jezelf in hoeverre je in de behoefte van je kind mee gaat, maar neem het wel echt serieus.
Dus als ze dat lampje aan willen, geef dan gewoon dat lampje, of laat het licht op de gang aan. Spreek af dat je het uit doet op het moment dat je zelf naar bed gaat. Als het licht binnen handbereik is kan je kind het zelf weer aandoen als hij in de nacht wakker wordt.
Vind je het niet fijn als je kind in jou bed slaapt, geef dit dan ook aan en wees eerlijk daarin. Zeg dat het voor 1x mag en daarna niet meer of zoek samen een knuffel uit die rust geeft.

Een vol hoofd

Soms kan het ook zijn dat je kind gewoon nog heel vol zit van alles wat er die dag gebeurt is. En moet het gewoon eerst even zijn hoofd leegmaken. Dan kan het helpen om samen een dagboekje in te vullen. Dan is je kind in ieder geval alle drukte van de dag kwijt en hoeft ze daar niet meer aan te denken en is het hoofd weer leeg en kunnen ze rustig in slaap vallen. Een voorbeeld van zo’n boekje is Slaapklets van Michal Janssen.

Onthoudt in ieder geval dat ook dit een fase is die vanzelf weer over gaat. Neem de tijd en de rust om samen te zoeken naar de behoefte achter het gedrag. Succes!

20 januari 2020|

Van oppervlakkige vriendschappen naar BFF’s

“Ik zou vandaag met Fenna gaan spelen en nu heeft ze alweer met iemand anders afgesproken. Ik dacht dat ik haar BFF was. Maar blijkbaar niet. Ze speelde vandaag weer met Jara en Meike en die drie laten niemand anders meespelen. Als ik vraag of ik mee mag doen dat mag dat niet en lopen ze giechelend weg.”

Met dit verhaal komt je dochter uit school. Al vanaf de kleuterschool speelt ze veel met Fenna. Maar nu, sinds ze in groep 6 zitten ontdekt Fenna ook andere vriendinnen in de klas. En het is niet zo dat ze helemaal niet meer met elkaar spelen, nee ze spelen nog heel veel met elkaar. Maar jouw dochter maakt zich er wel vreselijk druk om als ze een keer niet met Fenna kan spelen en voelt zich dan buitengesloten.

Vriendschappen veranderen

Vriendschappen kunnen erg ingewikkeld zijn, dat weten wij als volwassenen als geen ander. Kinderen in de leeftijdsfase van 8 -11 jaar gaan dit ook steeds meer ontdekken.
Je ziet dat vriendschappen die al jaren bestaan ineens veranderen, ze worden intenser of ze worden juist minder. In deze fase worden kinderen zich meer bewust van zichzelf en van de wereld om zich heen. Dit merk je aan het niet meer alleen naar bed durven gaan en lichamelijke klachten. Doordat kinderen ook steeds gevoeliger worden voor hun eigen positie in de groep op alle leergebieden leren ze zichzelf steeds beter kennen.

Nieuwe vriendschappen ontstaan

Ze leren waar ze staan en gaan zich meer vergelijken met anderen. Zo zijn ze ook kritischer naar de buitenwereld en hebben ze steeds meer kritiek op volwassenen.
Omdat alles zo verandert, worden vooral de onderlinge vriendschappen op een totaal nieuwe manier aangegaan. Het gemakkelijke van eerder valt weg en persoonlijke eigenschappen en interesses worden belangrijke voorwaarden voor vriendschap.

Geheime clubjes en groepsdruk

Wat je veel ziet ontstaan in deze fase zijn geheime clubjes met regels en discussies wie er wel en wie er niet bij mag horen. Ze kunnen zich erg veel zorgen maken of ze er wel bij horen en ze willen het liefste hetzelfde zijn als anderen. Tijdens het winkelen zal je dan ook horen “O ja! Die trui wil ik ook want die heeft Tessa uit de klas ook!”
De groepsdruk verandert ontzettend en op deze leeftijd is er ook voor het eerst echt sprake van pesten en buitengesloten worden.

“Niemand vind mij aardig”

Door de groepsdruk kunnen kinderen deuken oplopen in hun gevoel van eigenwaarde. Bijvoorbeeld omdat ze merken dat zij minder goed zijn in gym, of dat ze niet goed kunnen rekenen in vergelijking met anderen. En doordat de buitenwereld meer binnenkomt, kunnen kinderen angstig worden.
Voelt een kind dat hij afwijkend is van anderen dan kan eenzaamheid en geen vriendjes kunnen maken als een probleem ervaren worden.
Ook zijn ze erg oordelend over zichzelf en over anderen. Ze kunnen dan vrij hard zijn voor zichzelf, ze zeggen bijvoorbeeld dingen als “Niemand vindt mij aardig omdat ik stom haar heb.”

Best friends forever

Maar er ontstaan ook intieme vriendschappen. Ze helpen elkaar met het oplossen van problemen en vertrouwen elkaar gedachten en gevoelens toe die ze niet met anderen delen. Ze weten hoe ze een compromis moeten sluiten en ze doen dingen voor elkaar omdat ze oprecht om elkaar en elkaars geluk geven, zonder de score bij te houden. Voor sommige kinderen is dit ook het “aan elkaar vergroeid zijn.” Meisjes hebben dat vaker dan jongens, ze noemen elkaar BFF (Best Friends Forever) en verwachten van elkaar dat ze alles samen doen. Ze kunnen zich echt verraden voelen als hun vriend/ vriendin iets met een ander kind onderneemt.

Behoefte aan begrip

Ga eens op zoek naar de achterliggende behoefte die je kind heeft. Is dat begrip, samen knuffelen of liefdevolle aandacht? Of juist samen ervaringen delen?
Bij elk kind zal de achterliggende behoefte een beetje anders zijn maar waar alle kinderen wel behoefte aan hebben is begrip. Laat aan je kind merken dat je zijn zorgen serieus neemt en wees een luisterend oor op de momenten dat het nodig is.
Deel samen ervaringen over vriendschappen, vertel over je eigen ervaringen. Dat jij vroeger ook wel eens ruzie had met je BFF, of dat je toen ook weleens dacht dat je BFF geen vriendin meer van je was, maar dat dat helemaal verkeerd gedacht was. Je zal merken dat het je kind geruststelt en dat ze vast en zeker de volgende dag weer gezellig samen afspreken.

13 januari 2020|

Het oerwoud van emoties

Alle kinderen van 8 tot 13 jaar uit leven in een oerwoud van emoties. Ze zitten tussen het volwassen worden en het kind zijn in. Het ene moment willen ze onafhankelijk zijn en het alleen doen en het andere moment zoeken ze je steun en willen ze knuffelen. Ze proberen zich los te maken van hun ouders. Ze zoeken de veiligheid niet meer thuis maar bij de vriendengroep. En hierdoor moeten ze soms op hun tenen lopen om er wel bij te horen en zo kan de spanning oplopen.
Thuis reageren ze zich dan af en dan is mama de eerste die ze tegen komen en die moet het dan ontgelden.

Lang blijven hangen in dat oerwoud van emoties

Het oerwoud van emoties die de kinderen voelen kan bestaan uit boosheid, verdriet, angst, teleurstelling maar ook de leuke gevoelens zoals vrolijkheid zal je veel zien als ze de slappe lach hebben met vriendinnen.
Omgaan met al deze emoties is iets wat deze kinderen te leren hebben. En dan vooral de lastige emoties zoals verdriet, boosheid en angst.
Want wat je ziet is dat kinderen soms echt in een emotionele bui kunnen blijven hangen. Ze kunnen dan lang boos zijn en zich afreageren op iedereen die ze thuis tegen komen door te gaan schelden, slaan of met de deuren te slaan.
Maar ook als ze verdrietig zijn kunnen ze soms enorm in een bui blijven hangen en echt intens verdrietig zijn en huilen.

Leren omgaan met emoties

Als kind moet je leren omgaan met je emoties. En op een dag maak je heel wat emoties mee: van blij en vrolijk zijn tot chagrijnig en teleurgesteld. De emoties blij en opgewekt daar kan iedereen wel mee omgaan, maar de vervelende emoties zoals boos, angst en verdriet daar moet je mee leren omgaan. Maar wat moet je daar nou voor kunnen?

  • Je emoties herkennen en je bewust zijn van hoe je je voelt.
  • Aangeven hoe je je voelt.
  • Je gevoelens op een goede manier uiten.

Voor veel kinderen is dit lastig en hebben hulp nodig om dit te leren.

Ik maak het altijd alleen maar erger…

Wat ik vaak van ouders hoor die in mijn praktijk komen is dat ze zo snel mogelijk hun kind willen kalmeren en rustig krijgen en dat ze dan vaak met hun kind gaan praten. Met als gevolg dat je kind vaak nog bozer wordt. Want ja denk maar eens aan hoe jij het zelf vindt als je boos bent en iemand begint tegen je te praten waardoor je boosheid eigenlijk geen ruimte krijgt, dan wordt je toch ook nog bozer dan je al was?!
Het is natuurlijk logisch dat je je kind wilt helpen en ervoor wilt zorgen dat de bui zo snel mogelijk over is maar emoties mogen er ook zijn En je wilt juist dat ze hun emoties kunnen verwoorden en herkennen waar ze vandaan komen.

Maar ja, hoe doe je dat dan?? Je kind helpen met zijn emoties om te gaan?

Hieronder geef ik je een aantal tips die jou helpen om jou kind te leren omgaan met zijn emoties:

  • Erken de gevoelens van je kind: je benoemt precies de gevoelens waarvan je niet wilt dat je kind die heeft. Je neemt je kind en zijn gevoelens op die manier serieus. Bijvoorbeeld: “Je bent boos, wat een baal gevoel krijg je van dat verliezen he?”
  • Na de erkenning geef je begrip en benoem de behoefte die je kind heeft: “Het is echt balen dat je verloren hebt, want je wilt zo graag winnen.”
    Voor je kind is het fijn om te merken dat er begrip is voor de emotie die hij laat zien. Ook al denk jij: waar gaat dit over? Voor zo’n klein ding hoef je toch niet zo’n groot drama te maken? Laat toch merken dat je het begrijpt en benoem daarbij de behoefte van je kind: “Vervelend dat je moet stoppen hé, je had zo graag nog wat langer willen gamen.” Je zal merken dat je kind sneller omschakelt als hij zich begrepen voelt.
  • Geef woorden aan wat jouw kind voelt: zeg: “Volgens mij voel jij je verdrietig omdat je met niemand af kunt spreken om te spelen.” Of “Volgens mij wordt je boos omdat je geen snoepje mag.”
  • Benoem af en toe ook je eigen emoties: door je eigen emoties te benoemen leert je kind dat de emoties er ook mogen zijn en dat het heel normaal is en dat iedereen ze heeft. Bijvoorbeeld: “Ik ben wel zenuwachtig voor het beoordelingsgesprek op mijn werk.”
  • Leer je kind signalen te herkennen van een boze bui: nadat je kind gekalmeerd is en je samen erover praat kan je vragen aan je kind “Wat merk je aan jezelf als je boos of verdrietig wordt? Hoe voel je dat?”
    Je kan hiervoor een stoplicht gebruiken rood is boos en groen is kalm. Bedenk samen de tussenstapjes die je kind kan maken om te kalmeren en schrijf die bij oranje.
  • Maak een gevoelskistje: koop bij de action of xenos een kistje (of gebruik een doos). Laat je kind dit kistje versieren. Je kind kan op briefjes schrijven hoe het zich voelt en stopt die in het kistje. Zo krijgt je kind inzicht in zijn emoties wanneer die emoties er zijn. Soms kan je kind het dan daarna makkelijker los laten.
  • Maak een chillposter: bedenk samen wat je kind allemaal kan doen als hij/zij een boze of verdrietige bui heeft en schrijf dit op een groot vel. Maak het mooi met plaatjes en tekeningen. Zo heeft je kind een paar ideeën paraat voor als zo’n emotionele bui zich aandient.

 Opluchting en fijn om te weten dat je er zelf iets aan kunt doen

Meestal weet je kind ook niet waarom het zo boos of verdrietig reageert. Op het moment van zo’n emotionele bui lijkt het alsof de emotie het kind helemaal overneemt. Het is voor kinderen vaak een opluchting om te begrijpen waarom je boos of verdrietig wordt en dat dit ook gewoon mag en dat iedereen dit wel eens heeft. Helemaal fijn is het om te weten dat je er ook iets aan kunt doen om je beter te voelen.

5 januari 2020|

Van altijd doen wat een ander zegt, naar NEE durven zeggen

“Wat een rotdag was het vandaag!! Die andere meiden spelen steeds maar de baas. Ze doen alleen wat ze zelf willen en luisteren echt niet naar mij.
Maar heb je wel gezegd wat jij dan wil doen?
Nee, dat durf ik niet zo goed. Ik weet ook eigenlijk niet zo goed wat ik dan moet zeggen.
Want als ik dan iets zeg dan vinden ze me niet meer aardig en mag ik niet meer meespelen….

Ergens bij horen dat wil toch iedereen. Als kinderen rond de negen jaar zijn dan worden er ook clubjes en groepjes gevormd. Dit hebben negenjarigen nodig om zo te ontdekken waar ze staan in vergelijking tot de ander. En het gevoel dat je niet alleen bent maar altijd samen met iemand anders dat is toch heel erg fijn.
Meedoen met de leuke spelletjes op het schoolplein. Uitgenodigd worden op partijtjes, lekker lachen met je vriendinnen enzovoorts.
Maar wat als je dingen moet doen die je eigenlijk niet zo leuk vindt en je niet durft te zeggen dat je dat niet wilt? Je vriendinnen willen weer graag tikkertje doen, maar jij bent daar helemaal niet goed in en wil liever verstoppertje doen want dan hoef je niet zoveel te rennen. Wat doe je dan?

En dan toch maar meedoen en de lieve vrede bewaren

Ik zie veel gebeuren dat meiden dan toch mee gaan doen terwijl ze helemaal geen zin hebben, alleen maar om erbij te horen. Ze denken heel snel dat ze niet leuk gevonden worden als ze een keer zeggen dat ze iets niet willen of het ergens niet mee eens zijn.
Het kan ook zijn dat je dochter bang is om de ander te kwetsen en ze wil voorkomen dat de ander boos wordt. Of ze heeft weinig zelfvertrouwen en durft niet voor zichzelf op te komen.
Ze kiezen voor de groep en niet voor zichzelf omdat ze bang zijn dat ze buitengesloten worden.
Je ziet aan ze dat ze niet happy zijn met de situatie. Tijdens het spel worden ze sneller boos en kunnen ze snel geïrriteerd zijn over dingen die er tijdens het spel gebeuren. Als er maar iets gebeurt wat ze niet leuk vinden komen ze klagen of worden ze boos. Hieraan merk je dat ze iets doen wat ze eigenlijk helemaal niet leuk vinden.

En jij als moeder krijgt alle ellende over je heen

En aan het einde van de dag zit je thuis te wachten met een lief kopje thee en krijg je alle ellende over je heen. Want je vraagt iets aan je dochter, waar ze het blijkbaar niet mee eens is, en ja hoor de woede uitbarsting is daar!
Ze zijn in de veilige thuis omgeving en kunnen alle emoties laten gaan. De ontlading van de hele dag komt eruit. Want wat kan het veel energie kosten als je steeds maar doet wat iemand anders graag wil, je cijfert jezelf een beetje weg. Als je dochter zich steeds aanpast aan anderen verliest het zichzelf en kan het beïnvloedbaar worden voor anderen.

Wat als ze NEE durft te zeggen

Wat zou het dan toch handig zijn als je dochter eens nee durft te zeggen. En gewoon lekker kan doen wat ze zelf wilt. Zonder dat ze zich meteen zorgen maakt dat ze buitengesloten wordt of dat haar vriendinnen haar meteen niet meer aardig vinden.
Als ze eens nee durfde te zeggen dan zou ze toch veel lekkerder in haar vel zitten.
En dan is iedereen thuis ook nog eens een stuk gelukkiger want dan zijn de woede uitbarstingen ook niet meer nodig om af te reageren.

Ja ik hoor je denken…. Dat zou wel fijn zijn ja! Maar hoe dan!?!

Je kan thuis met je kind een paar situaties die zich wel eens voordoen naspelen. Kruip zelf in de rol van de vriendin en je dochter is gewoon zichzelf. Speel de situatie na alsof het ter plekke ook echt gebeurt. Bespreek naderhand wat je dochter hiervan vond om te doen. Was het moeilijk/ spannend om nee te zeggen of viel het eigenlijk wel mee? Wat heb je precies allemaal gezegd? En hoe voelde dat? Wat zou je nu de volgende keer in een echte situatie gaan zeggen?
Succes met oefenen!

16 december 2019|